Rabbijn Evers: integratie en identiteitsverlies

Rabbijn mr. drs. R. Evers sprak op woensdag 15 december in Amsterdam voor TANS, waar vele jonge geslaagde moslims, enkele Joden en een paar christenen samen spraken over samenleving en respect. Deze initiatieven van gesprek en wederzijds begrip zijn positief en dragen bij aan een gezonde leefcultuur in de hoofdstad.

Rabbijn Evers benadrukte, dat voor wederzijds respect kennis van elkaars cultuur of geloof niet essentieel is. Waarach­tige verdraagzaamheid bevestigt de medeburger als medemens in zijn eigen, oorspronkelijke cultuur.

Wat op dit moment gaande is, is dat integratie in een overwegend secu­liere omgeving voor de meeste gelovigen een enorm cultuur- en identiteitsverlies betekent. De eenheids­worst die wordt gepropageerd verraadt minachting voor ieder willekeurig ander geloof en desinteresse in de identi­teits­crisis, die vooral de generatie jongeren van andere geloven doormaakt.

Bewust of onbewust wordt aangestuurd op identiteitsverzwakking bij minderheden. Deze crisissituaties vergen van ‘s lands bestuurders een actieve en kritische heroriëntatie.

In plaats van te hameren op integratie (lees: aanpassen of oprotten) zouden politici ook oog moeten hebben op de waarde en het belang van het instandhouden van andere culturen op eigen bodem. Het verrijkt de Westerse cultuur en aanvaardt de ander zoals hij is en niet zoals hij zou moeten zijn vanuit ons egocentrisch perspectief. Juist dit laatste is van levens­belang voor het welzijn van minderheidsgroeperingen.

Vanwege de scheiding van kerk en staat staat het openlijk dragen van de kipa – keppel – onder druk. Voor traditionele Joden zijn uiterlijke kenmerken functioneel voor de overlevingskansen van hun eeuwenoude traditie binnen een vreemde omgeving. Voor de ‘inner-group’ zijn  religieuze kentekenen graadmeters voor de waarachtigheid van de innerlijke beleving.

Em. Opperrabbijn Goldmann van Parijs verklaarde naar aanleiding van de hoofddoekproblematiek, dat ‘het juist heel pedagogisch is de jeugd te confronteren met zulke verschillen’. Wat verbaast, is de opstelling van de onderwijsbonden in Frankrijk, die zich achter het verbod schaarden. Hen kan een fundamenteel gebrek aan inzicht in de kinder- en jeugdpsychologie bij culturele en religieuze minderheden verweten worden.”

Terwijl dezelfde onderwijsbonden het toonbeeld van tolerantie zijn ten aanzien van allerlei uitwassen richting anti-autoritair gedrag en persoonlijke vrijheden, kort samengevat alles wat modern oogt, spreken zij het veto uit over de kleding van hun religieuze medeburgers, een onderwerp bij uitstek, dat tot de strikt persoonlijke levenssfeer behoort. Vanuit hun dubbele moraal geven zij blijk van volslagen onbenul van de identi­teitscrisis, die met name de generatie jongeren van minderheidsgroeperingen doormaakt. Bewust of onbewust sturen zij aan op een collectief identiteitsverlies bij minderheden.

De tolerante, materialistische, westerse levensstijl heeft iets aanlokkelijks. Daarom zijn hier vele geloven en nationaliteiten verenigd.

Maar deze multiculturele samenleving kan alleen gedijen wanneer er werkelijke verdraagzaamheid heerst, niet alleen vanuit de overheid maar ook tussen de verschillende groeperingen, die Nederland rijk is.

Leedvergelijking is hierbij uit den boze. Iedereen heeft zijn eigen unieke geschiedenis.

Reacties zijn gesloten.