Parsja Misjpatiem (Exodus/Sjemot 21:1 – 24:18)
MISJPATIEM (wetten). Het Joodse volk krijgt een aantal sociale voorschriften zoals behandeling van slaven en de verplichtingen van een man ten opzichte van zijn vrouw. Voorts de financiële verplichtingen die voortvloeien uit letselschade of onrechtmatige daad. Wat er moet gebeuren bij diefstal in verschillende omstandigheden en wat bij in bewaring geven van goederen of dieren, wanneer dat goed gestolen wordt of anderszins verloren gaat. Wat er moet geschieden als iemand een maagd verleidt, straf op het dienen van afgoden en het gebod de zwakkeren in de maatschappij te beschermen. Men moet rechtvaardigheid betrachten, geen valse getuigenis afleggen en geen omkoopgeld aannemen. Het land moet het zevende jaar rusten, evenals de mensen en de dieren op de zevende dag. De mannen moeten met de voetfeesten: Pesach, Sjawoeot en Soekot, voor G’d verschijnen met producten van het Land. G’d belooft de volkeren in het Land te helpen verdrijven. Hij zal het volk zegenen als ze zich aan Zijn voorschriften houden. Het volk belooft dat zij zullen “doen en luisteren’’ wat G’d wil. Mosje schrijft alles op wat HaSjeem gezegd heeft, leest het het volk voor en gaat naar boven om de Stenen Tafelen te ontvangen.
Misjpatiem is de 18e parsja van de Tora, de zesde van het tweede Tora-boek, Sjemot. Parsja Misjpatiem bestaat uit 33parsjiot, afdelingen waarvan 6 open en 27 gesloten zijn, telt 118 pesoekiem, verzen, 1462 woorden, 5313 letters en is hiermee de 22 na langste parsja. Misjpatiem bevat 23 ge- en 30 verboden.
VERDIEPING:
Rav Jisraeel Ciner stelt, dat wij in zakelijke zin eerlijk blijven wanneer wij ons in alles wat wij doen focussen op het eerste gebod van de Tien Geboden: “Ik ben de Eeu-wige, jullie G’d”. Een ongebreideld G’dsvertrouwen sterkt ons in ons dagelijks leven. Wij “moeten ons van leugenachtigheid ver weg houden – midevar sjeker tirchak” (23:7).
