Parsja Pekoedee en parsjat sjekaliem (Sjemot/Exodus 38:21 – 40:38)
PEKOEDEE (inventaris-berekening): Mosje geeft een overzicht van alles wat er gedaan is met de gewijde gaven. Mosje zegent het volk. Daarna verneemt Mosje dat de Woning op de eerste van de maand Nisan moet worden opgezet. Mosje zorgt er voor dat alle onderdelen van de Woning op de juiste plaats terecht komen. Aharon en zijn vier zonen worden gekleed in de priesterkleding en worden gezalfd. Als alles klaar is daalt de Wolk op de Woning, ten teken dat G’ds glorie is neergedaald. Als de Wolk optrekt, reist het volk verder.
Pekoedee is de 23e parsja van de Tora, de elfde van het tweede Tora-boek, Sjemot. Parsja Pekoedee bestaat uit 20 parsjiot, afdelingen waarvan 6 open en 14 gesloten zijn, telt 92 pesoekiem, verzen, 1182 woorden, 4432 letters en is hiermee de 41 na langste parsja. Pekoedee bevat geen geboden.
VERDIEPING I: De vier parasjot
Er zijn sommige sjabbatot, die enigszins als bijzondere sjabbatot beschouwd worden, waarop buitengewone parasjot worden voorgelezen. De meeste van deze sjabbatot ontlenen hun naam aan de speciale afdeling uit de Tora (of haftara), die op die dagen gelezen wordt. Gedurende de vier sjabbatot voor en na Poeriem worden de zogenaamde Arba Parasjot voorgelezen.
De eerste sjabbat heet Sjabbat Sjekaliem, de sjabbat voor of op 1 Adar (II), waarop de afdeling van de sjekaliem (Exodus 30:11-16) gelezen wordt ter herinnering aan de oproep om de bijdragen voor de tempel- en offerdienst in te leveren.
De tweede sjabbat heet Sjabbat Zachor, de sjabbat voor Poeriem, waarop de afdeling omtrent het gebod om Amalek te vernietigen wordt voorgelezen (Deut. 26:16-19).
De derde sjabbat heet Sjabbat Para, de eerste of tweede sjabbat na Poeriem. Daarop wordt voorgelezen omtrent de reiniging met de as van de rode koe (Numeri 19). Deze parasja was juist in deze tijd van het jaar toepasselijk in verband met het brengen van het Pesach-offer, waarvoor men rein moest zijn.
De vierde sjabbat heet Sjabbat Hachodesj, de sjabbat vóór of op 1 Niesan. Op deze sjabbat wordt de parasjat Hachodesj voorgelezen (Exodus 12:1-20), waarin het Joodse volk wordt voorbereid op het Pesach-offer en de Jom Tov van Pesach.
Arba Parasjot in de Misjna
De Arba Parasjot hebben een speciale status in de halachische literatuur: nog voordat de Tora onderverdeeld was in de ons nu bekende parasjot voor Sjabbat, wordt reeds melding gemaakt van de verplichting om de Arba Parasjot voor te lezen. Het is waar, dat er reeds sinds de tijd van Mosje Rabbenoe een verplichting bestaat om op iedere Sjabbat uit de Tora voor te lezen, maar de verdeling in 54 parasjot is pas van latere datum. In het land Israel was het in Talmoedische tijden bijvoorbeeld de gewoonte de Tora een keer in de drie jaar uit te lezen.
In plaats van de gewone parasja?
In Talmoedische tijden bestond er een meningsverschil tussen de Amoraiem over de vraag of de arba parasjot in plaats van de gewone Sjabbat-parasja gelezen moesten worden of dat de arba parasjot slechts toegevoegd moesten worden aan de gewone wekelijkse sidrot (B.T. Megilla 30b). De halacha luidt, dat de arba parasjot gelezen worden na de gewone wekelijkse sidra. De haftara sluit aan bij hetgeen het laatste gelezen werd uit de Tora, zodat op de vier bijzondere Sjabbatot rond Poeriem niet de haftara van de wekelijkse sidra maar een speciale haftara, die behoort bij een van de vier parasjot, wordt voorgedragen.
Positie van de maftier
Aangezien het voorlezen van de arba parasjot werkelijk verplicht is, bestaat er verschil van mening tussen de Risjoniem over de positie van de maftier op de vier bijzondere Sjabbatot. Eigenlijk wordt de maftier meegerekend voor de zeven verplichte alijot, zodat sommige Risjoniem de mening zijn toegedaan, dat men voor de wekelijkse sidra slechts zes personen oproept en de zevende persoon, tevens de maftier, zou moeten worden opgeroepen voor een van de arba parasjot, die voorgedragen wordt uit een tweede sefer-Tora.
Volgens onze minhag wordt de maftier als achtste opgeroepen, na zeven verplichte alijot. Dit betekent dus, dat de achtste opgeroepene – de maftier – een van de vier parasjot voordraagt.
Parsjat Sjekaliem
De eerste van de arba parasjot is parasjat Sjekaliem. Parasjat Sjekaliem bestaat uit de eerste zes pesoekiem van parasjat Kie Tisa (Exodus), waar gesproken wordt over de mitswa van de halve sjekel. Gedurende het bestaan van de Tempel was iedere Joodse man verplicht een halve sjekel te doneren ten behoeve van de aankoop van de korbanot tsibboer, de gemeente-offers. Op 1 Adar werden de mensen herinnerd aan deze verplichting.
Dertig of veertien?
Men zou zich kunnen afvragen, waarom de eerste Adar werd uitgekozen om de mensen te herinneren aan hun verplichting om de halve sjekel te doneren. De reden hiervan is, dat dertig dagen later – op 1 Niesan – de dieren voor de korbanot tsibboer gekocht moesten worden van nieuwe sjekaliem. Vanaf die datum mochten geen korbanot tsibboer meer gekocht worden van sjekaliem, die het vorige jaar werden gedoneerd. Als regel geldt doorgaans, dat men dertig dagen voor de aanvang van een bijzondere dag – zoals in dit geval 1 Niesan – begint te leren over de halachot van die bijzondere dag.
Rabbi Sjimon ben Gamliëel meent in B.T. Pesachiem 6b, dat men slechts twee weken voor de aanvang van een bijzondere dag begint te leren over de desbetreffende halachot. Niettemin zou men ook volgens Rabbi Sjimon ben Gamliëel reeds op 1 Adar de mensen moeten herinneren aan hun verplichting een halve sjekel te doneren, daar op 15 Adar speciale banken werden geopend, alwaar men kleine munten kon inwisselen tegen zilveren sjekaliem. Als herinnering aan deze mitswa is het voorlezen van parasjat Sjekaliem verplicht gesteld voor of op 1 Adar.
Drie sifre-Tora
Wanneer Rosj Chodesj Adar op Sjabbat valt worden drie sifre-Tora uit de Aron haKodesj gehaald. Uit het eerste sefer-Tora wordt de wekelijkse sidra voorgelezen. Uit het tweede sefer-Tora wordt de parasja van Rosj Chodesj voorgelezen en uit het derde sefer-Tora parasjat Sjekaliem. Parasjat Rosj Chodesj wordt gelezen vóór parasjat Sjekaliem vanwege de regel, dat het meest voorkomende (i.c. parasjat Rosj Chodesj) als eerste wordt gelezen. Als haftara wordt die van Sjekaliem gelezen, omdat de haftara moet aansluiten bij hetgeen het laatst werd voorgelezen uit de Tora.
Deze laatste regel wordt stringent doorgevoerd. Het gebeurde eens, dat de ba’al koree zich vergiste en als tweede parasja parasjat Sjekaliem voorlas en pas als derde parasja parasjat Rosj Chodesj. De wereldberoemde Rabbi Jechezkeel Landau paskende toen, dat men als haftara die van Sjabbat Rosj Chodesj moest voorlezen.
