Parsja Sjemini 5771

(Vajikra / Leviticus 9:1 – 11:47) Maftier: Parsjat Para                   
Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer. Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen. Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende kohaniem (priesters). Dieren met gespleten hoeven, die bovendien herkauwen, zijn rein. Vissen moeten vinnen en schubben hebben. 24 soorten vogels worden verboden. Van insecten mag men slechts 4 soorten sprinkhanen eten.

Sjemini is de 26e parsja van de Tora, de derde van het derde  Tora-boek, Vajikra. Parsja Sjemini bestaat uit 6 parsjiot, afdelingen waarvan 3 open en 3 gesloten zijn, telt 91 pesoekiem, verzen, 1238 woorden, 4670 letters en is hiermee de 41 na langste parsja. Sjemini bevat 6 ge- en 11 verboden.
 
ACHTERGRONDEN I
De derde sjabbat van de vier bijzondere Parasjot heet Sjabbat Para, de eerste of tweede sjabbat na Poeriem. Daarop wordt als maftier, extra stukje uit het tweede Sefer Tora voorgelezen omtrent de reiniging met de as van de rode koe (Bemidbar/Nu¬meri 19:1-22). De haftara sluit daarbij aan. Deze parasja was juist in deze tijd van het jaar toepasselijk in verband met het brengen van het Pesach-offer, waarvoor men rein moest zijn.
Volgens sommigen (O.Ch. 685:7 en 146:4) is ook het voorlezen van parasjat Para min-haTora verplicht.
Als de ba’al-koree, de Tora-voorlezer een enkele pasoek overslaat bij het voorlezen van parasjat Para geldt dit niet als beletsel, omdat deze parasja – enkele maanden later – toch weer als onderdeel van de wekelijkse sidra wordt voorgelezen.

ACHTERGRONDEN II: kosjer eten en dieten
Kasjroet drukt een zwaar stempel op ons consumptief gedrag en beïnvloedt onze levenswijze en gezondheid. Het is interessant te zien hoe actueel de opvattingen van Maimonides (1135-1204) daarover nog zijn tegenwoordig.

Psychosomatiek
In zijn voorschriften voor ons eetgedrag beschrijft Maimonides lichaam en geest als één. Hoewel de bestudering van de psychosomatiek hier pas na 1945 van de grond is gekomen, bestaat die band tussen psychische afwijkingen en lichamelijke stoornissen al zeer duidelijk in de denkwereld van Maimonides.

Maimonides is tevens aanhanger van de leer van het midden: de juiste maat is zelden extreem. Dit geldt voor alle eigenschappen van de mens. Men moet niet al te opvliegend zijn of makkelijk kwaad worden maar men mag ook niet zo kil reageren dat men zich nergens iets van aantrekt. Het midden is het beste, ook in de eetsfeer. Zo mag men alleen maar verlangen naar dingen, die het lichaam werkelijk nodig heeft en waarzonder men niet kan leven: “De rechtvaardige eet tot verzadiging van zijn ziel” (Spreuken 13:25); meer niet. Dit geldt ook voor wat uit de mond komt: “De mens moet voornamelijk zwijgen en alleen spreken over zaken die de wijsheid betreffen of over dingen die men nodig heeft voor het lichaam”.

Leer van het midden
Het is niet verstandig zich helemaal vol te eten. Men moet proberen een kwart onder het verzadigingspunt te blijven. Tijdens het eten moet men maar een klein beetje water drinken. Tijdens het verteringsproces moet men drinken wat men nodig heeft. Men gaat eerst naar de wc en dan pas aan tafel. Voordat men gaat eten, dient het lichaam te worden opgewarmd. Nadat men wat inspanning heeft verricht, rust men iets uit, totdat de geest tot bedaren is gekomen en daarna gaat men pas eten. Bij het eten moet men zitten. Indien men zich inspant direct na het eten, veroorzaakt men kwalijke ziekten. Zorg ervoor dat de ingewanden altijd los zijn. Een moeilijke stoelgang is oorzaak
van verschillende ziektes.”

“Wanneer de mens zich inspant, niet tot verzadiging eet en gemakkelijk naar de wc gaat, wordt hij niet ziek en blijft hij gezond, ook wanneer hij ongezond voedsel eet. De meeste ziekten worden veroorzaakt doordat men zich volstopt, ook al is dat met goed voedsel. Koning Salomo zei in zijn wijsheid: “Hij die zijn mond en tong in acht neemt, bewaart zijn ziel voor slechte zaken” (Spreuken 21:23). Voorgaand dieet geldt alleen voor gezonde mensen. Bij ziekten of ouderdom moet men zich al naar gelang de medische voorschriften gedragen.”

Richting en intentie
Richting en intentie bij ons doen en laten worden ook aangegeven: “Men moet al zijn daden richten op het kennen van G’d. Wanneer men werkt, moet men niet alleen de intentie hebben om geld te verdienen. Werk niet meer dan nodig is voor de aanschaf van eten, drinken, een woning en onderhoud van het gezin. Wanneer men eet of drinkt of seksueel verkeer heeft, moet men zich niet alleen richten op genot. Men doet het om het lichaam in goede conditie te houden.
Uiteindelijk moet onze gezondheid erop zijn gericht om G’d te kennen, omdat men zich onmogelijk kan bezighouden met de wetenschappen wanneer men ziek is of pijn lijdt”.
“Omdat een goede gezondheid past in het religieuze denken van het Jodendom – daarzonder kan men geen G’dskennis verwerven – is het noodzakelijk om zich ver te houden van dingen die het lichaam schade berokkenen. Men mag nooit eten als men geen honger heeft en men mag alleen drinken wanneer men dorst heeft”. Gezondheid is een groot goed in het Jodendom.

Wij mogen veel dingen niet eten. Kasjroet is één van die vele voorschriften, die ons er constant aan herinneren, dat we Joods zijn. Waarom heeft G’d zoveel niet kosjere dieren geschapen? De Midrasj geeft hierop als antwoord, dat dit een test, een beproeving vormt. HaSjeem wil kijken of wij voldoende wilskracht hebben om van treife af te blijven. Toch mogen wij niet menen, dat wij veel tekort komen. De Midrasj Tanchoema, stelt, dat HaSjeem zegt, dat voor ieder plezier dat door de Tora verboden wordt, iets vergelijkbaars weer toegestaan is. HaSjeem zegt: “Ik heb jullie verboden om bloed te eten. Maar toch heb Ik jullie toegestaan om lever te eten, die vol zit met bloed. Ik heb jullie verboden chazier (varken) te eten. Maar daartegenover heb Ik de vis ‘sjiboeta’ (volgens sommigen: tonijn) toegestaan, die smaakt naar varkensvlees. Vet van runderen heb Ik jullie verboden maar jullie mogen wel vet van wild, zoals herten en reeën, eten.” We komen dus niets tekort.

Reacties zijn gesloten.