Parsja Acharee Mot 5771

Parsja Acharee Mot (Vajikra / Leviticus 16:1-18:30)  
         
Op Jom Kippoer, als de Hogepriester het Allerheiligste betreedt, moet hij speciale kleding aantrekken. De offers worden beschreven, waaronder 2 gelijke bokken, waarvan de ene geofferd wordt en de andere, met de zonden van het volk beladen, de woestijn wordt ingestuurd (de zondebok). Op Jom Kippoer moet men volledig vasten, mag men geen leer dragen, zich niet wassen en niet zalven en geen huwelijksrelaties hebben. Nogmaals wordt uitvoerig gewaarschuwd voor afgodische praktijken. Bloed mag men niet consumeren, want dat is met het leven verbonden. Diverse seksuele praktijken worden verboden – het volk moet heilig zijn en mag geen van de gruweldaden doen die in Egypte bedreven worden.

Acharee Mot is de 29e parsja van de Tora, de zesde van het derde  Tora-boek, Vajikra. Parsja Acharee Mot bestaat uit 15 parsjiot, afdelingen waarvan 3 open en 12 gesloten zijn, telt 80 pesoekiem, verzen, 1170 woorden, 4249 letters en is hiermee de 29 na langste parsja. Acharee Mot bevat 11 geboden.
 
ACHTERGRONDEN 
“En G’d sprak tot Mosje, na de dood van de twee zonen van Aharon – toen zij naderden voor Hasjeem, toen stierven zij – G’d zei namelijk tot Mosje:`Spreek tot Aharon, dat hij niet zomaar mag binnenkomen in het heiligdom, opdat hij niet zal sterven” (16:1-2).
Aharon werd duidelijk gewaarschuwd om niet dezelfde fout te maken als zijn zonen, de hoogvliegers Nadaw en Awihoe. Men kan niet zomaar binnen komen bij G’d. Dat eist training en discipline. G’dsdienst is niet alleen maar spontane opwelling.
Nadaw en Awihoe waren zeer begaafde mannen, die in feite op een hoger spiritueel niveau stonden dan Mosjé en Aharon. De Midrasj vertelt, dat Mosje en Aharon dit ook wisten. Hun verheven spirituele niveau ligt ook aangeduid in hun namen.
Nadaw betekent dat hij van adellijke afkomst was, nediwoet. Awihoe geeft aan dat hij de ‘vader’ van het Joodse volk had kunnen worden. Aan de andere kant waren ze teveel van hun eigen grootheid overtuigd. Omdat ze grote geleerden waren, meenden zij uit de Tora te kunnen afleiden, dat ze hun eigen vuur op het altaar moesten plaatsen hoewel op de achtste dag vuur van Boven afdaalde.

Volgens de Midrasj (Wajikra Rabba 20:9) maakten zij zich aan nog veel meer overtredingen schuldig. Allereerst waren ze ongetrouwd. Bovendien goten zij geen water over hun handen en voeten voordat zij het Heiligdom binnengingen. Ze droegen ook niet de voorgeschreven priesterkleren. Ze brachten eigen vuur en consulteerden noch Mosjé noch Aharon of dit wel juist was. Ze bespraken het niet eens met elkaar. Zij verlangden zó intens naar een ontmoeting met de Sjechiena, G’ds Aanwezigheid, dat ze het Allerheiligste binnenliepen om het reukwerk, ketoret, te brengen.

Het Jodendom is een doe-religie. Het gaat om het aardse hier en nu en niet om  hoogzweverij met mystieke zweem en himmelhoch jauchzend vertoeven onder de vleugelen van G’ds Majesteit. Nadaw en Awihoe waren inderdaad zeer hoogstaande geesten. Maar zij gingen niet mee in de ware bedoeling van het Jodendom.
G’d wilde wonen temidden van het Joodse volk. De heiligheid zou afdalen naar de aarde. Nadaw en Awihoe gingen juist de tegenovergestelde richting, van beneden naar boven. Daarom trouwden zij ook niet omdat ze zich niet wilden verlagen tot een huwelijk en ook geen nesjommes (zielen) op de wereld wilden laten afdalen. Dit zou daling betekenen. Zij zochten juist stijging.

Ze weigerden hun handen en voeten te wassen voor de Tempeldienst omdat dit het symbool is van het heilige en zuivere van het aardse doen en laten. Zij droegen geen kleding omdat een profeet in hoogste staat van extase juist de neiging heeft om zich los te maken van alle aardse beperkingen.

Religieuze gevoelens ontsproten uit hun binnenste. Een hoge vorm van inspiratie. Maar net als vuur moet dat geleid en getemd worden om niet tot excessen te vervallen. Dát was het vreemde vuur, dat ze brachten op het altaar. Enthousiasme is goed maar moet evenals vuur in goede banen geleid worden. Vuur is een verwoestend element als het niet in de hand wordt gehouden. Zo ook religieus enthousiasme. Mooi maar gevaarlijk. Zij waren zo vervuld van hogere vervoering dat ze van extase stierven. Ondanks hun goede intenties daalde er een vuur uit de Hemel neer, dat alleen hun ziel verteerde maar hun lichaam intact liet.

De tragische dood van Nadaw en Awihoe moest Aharon – maar in zijn kielzog iedereen – duidelijk maken, dat het Jodendom een combinatie is van regel en spontaniteit. Liefde heeft leiding nodig, genegenheid behoeft een dirigerende hand. Opofferingsgezindheid en warmte zijn in verkeerde handen zonder verstandige en verstandelijke richting. Liefde kan ontaarden in ongerichte energie, die als een vuur alles in zijn omgeving verteert. Evenals het element vuur in het dagelijkse gebruik constant bewaking behoeft, opdat haar vlammen niet te hoog noch te laag branden, behoeven genegenheid en liefde leiding en waakzaamheid om te verzekeren, dat zij slechts goed zullen doen en om te voorkomen, dat liefde ontaardt in het tegendeel. De Tora geeft richtlijnen en ‘controles’ op dit gebied. Jodendom is constant heen en weer bewegen tussen regel en opwelling, vaste traditie en eigen gevoel. De juiste combinatie geeft het Jodendom zijn eeuwige kracht.

Reacties zijn gesloten.