SJABBAT CHOL HAMO’EED – de Sjabbat tijdens de tussendagen
VERDIEPING I
SJIER HASJIRIEM – HOOGLIED
Op de Sjabbat van Chol Hamo’eed (de tussendagen van Pesach) lezen wij het Hooglied, Sjier Hasjiriem.
Dit lied is moeilijk te vertalen omdat het wat al te lichamelijke connotaties heeft. Meestal wordt het dus allegorisch weergegeven. Hooglied is een liefdeszang waarin de bruid naar haar bruidegom verlangt, bruid en bruidegom elkaar in liefdesovergave aanroepen. Het is de lof der liefde maar het wordt allemaal zo gepassioneerd neergeschreven dat het moeilijk te aanvaarden is dat dit een deel is geworden van Tenach, de vier en twintig heilige boeken.
Rabbi Akiwa verklaart in de Talmoed dat alle liederen uit Tenach heilig zijn, maar dat het Hooglied het allerheiligst is, kodesj hakodasjiem. Men zegt wel dat de liefde die wij hier op aarde tegenkomen, zoals tussen ouders en kinderen en tussen man en vrouw, niets anders is dan een weerspiegeling van de Hemelse genade. De aardse liefde werd ons geschonken om ons enig idee te geven hoe de Hemelse liefde eruit ziet. Hooglied is een beurtzang die ook in galoet (diaspora) gezongen kan worden. Wanneer Israël als bruid terugdenkt aan haar eerste man (G’d a.h.w.) dan zingt zij: “Ik zal naar mijn eerste man terug gaan, want bij Hem is het beter dan het nu is”. Het Joodse volk wordt nogal eens neergezet als een ontrouwe vrouw, die na spijt over overspelige relaties, terugkijkt op haar eerste huwelijkse vreugde. Hooglied is de gepassioneerde tweespraak tussen G’d en Israël, de onbestorven weduwe die zich haar jeugdliefde herinnert. Regelmatig word ik gevraagd waarom het Sjier Hasjiriem in zo’n ‘grove’ taal is geschreven. Brengt dat de mensen niet op een dwaalspoor? Het antwoord luidt dat G’d de zon niet terugtrekt omdat er zonneaanbidders zijn, die dit hemellichaam verafgoden.waren. Het thema van de liefdesbeurtzang past heel goed bij Pesach.
Sjier Hasjiriem wordt op Pesach gelezen omdat de bevrijding uit Egypte een enorme spirituele hoogte inluidde. Het Joodse volk verlangde naar G’ds nabijheid en verliet de vleespotten van Egypte. G’d was zo sympathiek voor ons omdat onze voorouders bereid waren Egypte onvoorwaardelijk te verlaten in het kielzog van Mosje Rabbenoe. Daarop doelt de profeet toen hij zei: “Ik herinner mij de liefde van jullie jeugd, toen jullie mij volgden in de woestijn” (Jeremia 2:2). Het vertellen over de uittocht uit Egypte is eigenlijk een spirituele ervaring van liefde, vernieuwing en hoop. Het is gelukkig wederzijds. Wij zingen op Pesach de lof van G’d en G’d verheft ons.
Wij spreken over Pesach, maar de Tora noemt Pesach het feest van de Matsot. De bekende Rabbi Levi Jitschak van Berditschev legt een link met de Matsa. Toen het Joodse volk Egypte in allerijl verliet, hadden ze tijd om het deeg te laten rijzen. Ze namen ook geen proviand mee voor onderweg (Sjemot 12:39), alleen wat ongerezen deeg vanwege hun sterke G’dsvertrouwen. Als G’d aan het woord is staat er het feest van de Matsot om de grote opofferingsgezindheid van het Joodse volk te benadrukken.
Maar als wij over Pesach spreken hebben wij het over het feit dat G’d de Joodse huizen spaarde door er overheen te lopen (Sjemot 12:13; Pesach betekent ‘overheen stappen’). Pesach wordt in de Tora beschreven als het feest van de Matsot om de loyaliteit van Am Jisra’eel te benadrukken.
Wij noemen het Matsefeest ‘Pesach’, om het G’ddelijke wonder te benadrukken. Zo leren we ook iets in de menselijke sfeer. Wanneer we telkens de verdienste van de ander naar voren schuiven, leren wij ons positief uit te drukken. Positief praten is het begin van wereldwijde vrede. Pesach maakt het mogelijk om ons los te maken uit onze beperkingen (Mitsrajiem, Egypte betekent ´begrenzing’). Wanneer wij onze eigen grenzen leren ontstijgen, ontstaat er een goed klimaat voor wereldwijde vrede.
VERDIEPING II
De relatie tussen Sjabbat en Jom tov
“Spreek tot de kinderen Israëls: de feesttijden van HaSjeem, die u zult uitroepen als heilige samenkomsten, dit zijn Mijn feesttijden. 3. Zes dagen mag arbeid verricht worden maar op de zevende dag zal er volkomen Sjabbat zijn. 4. Deze zijn de feesttijden van HaSjeem, uitroepingen tot heiliging, die U op hun bepaalde tijd zult uitroepen” (Wajikra 23: 2 4).
Hoofdstuk 23 van Wajikra geeft een overzicht van alle Jamiem Toviem, de feestdagen van het Joodse jaar. De verwijzing naar Sjabbat lijkt niet erg op zijn plaats. Wellicht is dit de reden, dat de openingsvers bijna letterlijk wordt herhaald in vers 4, na de verwijzing naar de Sjabbat. Het lijkt erop alsof de Tora wil zeggen dat de draad weer wordt opgepakt. Waarom wordt de inleidende tekst voor de Jamiem Toviem onderbroken met Sjabbat?
Er is een fundamenteel verschil tussen Sjabbat en Jamiem Toviem. Sjabbat herinnert ons aan de schepping van de wereld en is voor eeuwig gefixeerd op de zevende dag van de week. De Jamiem Toviem worden echter op een flexibelere wijze vastgesteld. Toen het Sanhedrien – het hoogste joodse rechtscollege nog bestond, kon men schrikkeljaren instellen door het toevoegen van een extra maand Adar. Dit gebeurde om ervoor te zorgen:
1. dat de Jamiem Toviem op hun juiste datum vielen (Pesach moest in de lente vallen en Soekkot in de herfst),
2. of om ervoor te zorgen dat de Joden die onderweg naar Jeroesjalajiem niet verder konden vanwege de slechte toestand op de wegen, toch op tijd in Jeroesjalajiem konden zijn,
3. of omdat de Pesachoffers niet op tijd klaargemaakt konden worden omdat er onvoldoende tijd was om de ovens te repareren.
4. De belangrijkste reden was echter om het joodse maanjaar te harmoniseren met het zonnejaar, zodat Pesach en Soekkot altijd op de juiste tijd zouden invallen. Het Sanhedrien baseerde het recht om een extra schrikkelmaand in te stellen op de pesoekiem (verzen) 2 en 4 “die U zult uitroepen”.
Rasjie (1040 1105) formuleert de vraag als volgt: “Wat heeft Sjabbat te doen met de Jamiem Toviem?”. Het antwoord luidt: men had kunnen denken dat de Jamiem Toviem minder belangrijk zijn dan de Sjabbat. Daarom worden ze naast elkaar behandeld om aan te geven dat Jamiem Toviem even ernstig genomen moeten worden als Sjabbat. Het in acht nemen van de Jamiem Toviem wordt vergeleken met het naleven van de Sjabbatrust. Maar waarom had men kunnen menen, dat de Jamiem Toviem minder belangrijk zijn dan Sjabbat?
De negentiende eeuwse commentator Malbiem geeft aan dat dit veroorzaakt wordt door het feit, dat de maanden en dus ook de datum van de Jamiem Toviem door het Sanhedrien worden vastgesteld, terwijl de Sjabbatdag onwrikbaar vaststaat. Feit blijft, dat de data `man made’ zijn. Toch hebben zij dezelfde graad van kedoesja (heiligheid) als de vaste Sjabbat hoewel zij flexibel qua datum zijn.
Nachmanides, een commentator uit de 13e eeuw, suggereert echter dat de verwijzing naar Sjabbat in pasoek 3 ons duidelijk wil maken dat de Sjabbat niet de tweede plaats inneemt wanneer dat deze samenvalt met Jom Tov.
De Gaon van Wilna (18e eeuw) geeft een originele verklaring voor het probleem van `Sjabbat tussen de Jamiem Toviem’. Hij verklaart, dat vers 3 niet op Sjabbat slaat maar in feite op alle feestdagen van de Joodse kalender. “Zes dagen mag er arbeid verricht worden” slaat op de zes dagen van het jaar wanneer wij Jom Tov vieren volgens de Tora. Noodzakelijke werkzaamheden ter verhoging van de feestvreugde mogen worden uitgevoerd (zoals koken en dragen) maar echt werk is op Jom Tov verboden.
Deze Jamiem Toviem volgens de Tora zijn: de eerste en laatste dag Pesach, de eerste dag Sjawoe’ot, de eerste dag Rosj Hasjana, de eerste dag Soekkot en Sjeminie Atzeret. Echter “op de zevende dag” wat duidt op de zevende Jom Tov, Jom Kippoer, is er een totale rustdag. Want op Jom Kippoer mag evenmin als op Sjabbat geen enkel werk – ook niets voor de feestvreugde – gedaan worden. Volgens deze uitleg is de pasoek “op de zevende dag is het een heilige Sjabbat” een algemene inleiding op de voorschriften van Jamiem Towiem en wil de Tora daarmee hun respectieve verlichtingen en verzwaringen aangeven.
