Katholieke hoogleraar: ‘Verbod op ritueel slachten is aanslag op godsdienstvrijheid’

Het is zorgwekkend dat het gros van de Nederlanders zich niet bewust is van de ernst van het verbod op ritueel slachten. Dat zei prof. dr. Marcel Poorthuis, hoogleraar Interreligieuze dialoog aan de faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg, gisteren in Kruispunt Radio.

Zwarte dag
“Het is een zwarte dag voor de godsdienstvrijheid”, zei de katholieke theoloog en Talmoed-kenner Poorthuis naar aanleiding van de uitkomst van het debat in de Tweede Kamer over onverdoofd ritueel slachten.

Meerderheid
Een meerderheid van de Tweede Kamer bleek voor een wettelijk verbod te zijn. Op 22 juni werd een compris bereikt: een uitzondering kan worden gemaakt als orthodoxe joden en moslims wetenschappelijk kunnen aantonen dat hun wijze van slachten geen extra dierenleed veroorzaakt.

Orthodoxie in verdrukking
Poorthuis, deskundige op het gebied van joodse wijsheid, betreurt het dat de politiek nog maar weinig ruimte wil overlaten voor orthodoxe geloofsbeleving. “Die heeft in onze samenleving geen plaats meer. Het begrip voor religie holt achteruit en dit zijn de eerste symptomen daarvan.”

Jacht
“Het respect voor het dier is in het jodendom veel meer ontwikkeld dan in onze westerse samenleving. Zo is de jacht op dieren voor eigen plezier verboden, bovendien is een dier dat door de jacht werd gedood niet koosjer.”

Tweede Wereldoorlog
De hoogleraar zegt dat de orthodoxe joden in Nederland altijd ongehinderd ritueel hebben kunnen slachten, behalve in de Tweede Wereldoorlog. “Historisch gezien: de eerste keer dat het ritueel slachten verboden werd was in de Tweede Wereldoorlog door de bezetter. Die vond dat zij zo diervriendelijk waren dat zij de wrede godsdienst van de joden een halt toe moesten roepen.”

Reacties zijn gesloten.