Bijna overal wordt bezuinigd en kritisch gekeken hoe de tijd doeltreffender te besteden en wordt er ook van mij verwacht mijn dagelijkse inzet onder de loupe te nemen. Ik ben dus wekenlang gaan dagstaten om er achter te komen wat ik nu eigenlijk doe. En wat blijkt? Een onverwacht groot deel van mijn uren wordt besteed aan de oplossing van ruzies en vetes. Spanningen in de huiselijke sfeer, zakelijke conflicten, in kehillot tussen leden en bestuurders, tussen bestuurders onderling, tussen rabbijnen en bestuurders etc. Overal waar mensen zijn horen er kennelijk conflicten te zijn?!
Dit jaar wordt er op de eerste dag Rosj Hasjana geen sjofar geblazen omdat deze dag op sjabbat valt. Als reden wordt aangevoerd dat als de ba’al tokea, de sjofarblazer, ter plekke met een halagische vraag zou worden geconfronteerd, hij wellicht de sjofar in z’n hand neemt, naar de rabbijn holt en in de gauwigheid vergeet dat het sjabbat is en dus het draagverbod overtreedt. Vandaar het verbod om op sjabbat sjofar te blazen.
Vreemd eigenlijk. De Tora schrijft expliciet voor dat er op Rosj Hasjana geblazen moet worden en vanwege een onwaarschijnlijk misschien wordt deze expliciete basiswet afgeschaft?!
Met het blazen op de sjofar accepteren we G’d als Koning. We kronen Hem onder bazuingeschal, we onderwerpen onszelf aan Zijn wil. Doen we dat dan dit jaar niet?
Op sjabbat is de aanwezigheid van G’d meer voelbaar, we hebben ons werk op stop gezet en wijden ons aan het Hogere. Ik sta als het ware voor G’d, de Koning der Koningen, en heb mijzelf op dat moment volledig weggecijferd. Ik kan geen woord meer uiten. Laat staan de doordringende tonen uit de sjofar halen!
De Tweede dag Rosj Hasjana, een door-de-weekse-dag, ligt het allemaal iets eenvoudiger. Ik accepteer G’d als Koning en ik blaas. Op sjabbat is de ik dusdanig verzwakt dat er geen ik meer is. En als ik mezelf niet meer voel, in een soort trance ben beland, dan bestaat het gevaar dat ik vergeet dat het sjabbat is en zonder nadenken met de sjofar naar buiten hol……
Ik ga terug naar mijn dagstaat: machloukes, ruzies, spanning, onrecht, … waar vandaan komen alle conflicten?
Het is telkenmale de ik. Als die ik er niet meer zou zijn, gelijk op sjabbat, dan zou de meerderheid van de conflicten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik ben dankbaar dat wij als Rabbinaat sjalom mogen brengen gelijk Aharon de Hogepriester. Maar het blijft triest dat er zoveel conflictbemiddeling nodig is. Het is heel wel denkbaar dat de boosheid van A terecht is. Hem is inderdaad onrecht aangedaan. Het kan zijn dat ook B, vanuit zijn visie, gelijk heeft en het is ook terecht dat A en B dan ons Opperrabbinaat benaderen om tot een vergelijk te komen, maar … als de ik iets minder op de voorgrond treedt zouden er veel minder spanningen zijn. De snode Haman heeft reeds gezegd in de megilla: er is één volk dat verspreid is. Haman wist dat het Joodse volk onverslaanbaar is als ze één zijn, maar als ze verspreid zijn, als de éénheid ontbreek ….
Dit jaar, als we de eerste dag Rosj Hasjana niet op de sjofar blazen, staat nog meer de gedachte centraal van bescheidenheid, jezelf even vergeten, de ik niet verafgoden. En als we die ik kunnen relativeren is er kans op éénheid.
Voeg daarbij dat we inmiddels ook de relativiteit van geld en aandelen beseffen omdat de afgod geld en vermogen reeds is gesneuveld en zie:
een prachtig klimaat om het fenomeen machloukes uit onze agenda te verwijderen.
In mijn dagstaat zal dan het kadertje conflictbemiddeling verdwenen zijn en vervangen door rabbinaal advies.
Als dat zal lukken heeft Joods Nederland dik verdiend aan de crisis.
Moge het komende jaar de echte sjalom brengen die bij ieder van ons dient te beginnen met het relativeren van de grootste afgod, de ik.
Mede namens de IPOR rabbijnen en ons IPOR bestuur:
Lesjana towa oemetoeka – een goed en zoet jaar, materieel en geestelijk.
Binyomin Jacobs, opperrabbijn
