Het Nederlands Israëlitisch Seminarium verzorgt voor het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap de opleiding voor docenten, rabbijnen en religieuze functionarissen.
De minister heeft alle seminaria die voor kerkgenootschappen dergelijke opleidingen verzorgen, aangegeven dat er voor 1 januari 2008 een vorm van samenwerking met een reguliere universiteit moest worden aangegaan.
Curatoren van het Nederlands Israëlitisch Seminarium hebben ter vervulling van de wens van de minister contact gelegd met de Universiteit van Amsterdam en zijn er in geslaagd de door de minister beoogde samenwerking te realiseren door een relatie aan te gaan met de UvA. Grote verdiensten komen in dit verband toe aan het College van Curatoren.
Binnen de UvA is de Faculteit der Geesteswetenschappen aangewezen als partner voor het realiseren van tussen NIS, het ministerie van OC&W en de Universiteit van Amsterdam gemaakte afspraken. De Universiteit van Amsterdam heeft de affiliatie als volgt gewaardeerd: “Voor de faculteit vormt de affiliatie met het NIS een verrijking van de bestaande onderwijs- en onderzoeksgebieden op het gebied van de Hebreeuwse en Joodse geschiedenis.”
De samenwerking behelst de geleiding van de geldstroom via die universiteit en de toetsing van de kwaliteit van het Nederlands Israëlitisch Seminarium door een inmiddels ingestelde Academische Raad die qua opereren en criteria voor de samenstelling de instemming heeft van de universiteit. Het NIS geeft invulling aan adequate kwaliteitszorg. De UvA zal bij de kwaliteitstoetsing rekening houden met het beginsel van scheiding van kerk en staat, en met de aspecten van de opleiding die verband houden met de religieuze traditie.
De Permanente Commissie (bestuur) van het NIK heeft een set van criteria samengesteld op grond waarvan de samenwerking met de universiteit mogelijk zou zijn. Hierover is samen met Curatoren van het Nederlands Israëlitisch Seminarium gesproken, zowel met het ministerie van OC&W als met het Nederlands College voor Rabbinale Zaken. De vraagpunten die het NCRZ had zijn door de constructieve opstelling van het NCRZ onder leiding van zijn voorzitter hoofdrabbijn Jacobs, tot een oplossing gebracht. Ook onze vraagpunten zijn behandeld en opgelost. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de ontvangst van een brief van de minister, die tot tevredenheid stemt.
De Centrale Commissie heeft ingestemd met de gekozen route. Daarmee is een belangrijke mijlpaal geplaatst voor de continuering van het Seminarium, dat in zijn oudste vorm al heeft bestaan sinds het midden van de 18e eeuw.
Binnenkort organiseert het Seminarium een post-doctorale opleiding Joods familierecht waarin onder meer de noodzaak tot een ‘get’ bij een burgerlijke echtscheiding aan de orde komt.
