In Dussen, in het Rivierengebied, komt een straat die naar een lokale Joodse literator wordt genoemd, de dichter Hartog Jacob de Vries. De joodse schrijver en dichter Hartog Jacob de Vries (1880-1953, Breda) woonde jarenlang in Dussen. Een nieuwe straat, tussen de Wilhelminastraat en de Munsterkerk, waaraan maar vier huizen liggen, krijgt de naam van Hartog de Vries. Dussen is een dorp in de gemeente Werkendam in het Land van Heusden en Altena.
Het verzoek de dode joodse dichter te eren komt van Paul Custers, voormalig communicatie-adviseur van de gemeente Werkendam. Custers is musicus bij A Libe, dat onder meer jiddsiche muziek speelt. Tot enige tijd terug had A Libe een voorstelling ‘Het verlangen van Hartog Jacob de Vries’, geïnspireerd op het leven van de Dussenaar.
Bijna wekelijks
Volgens Custers wilde De Vries graag dichter en violist worden, maar moest hij meewerken in de slagerij van zijn vader. Toch zag hij kans te publiceren in het Nieuw Israëlietisch Weekblad en in het Weekblad voor Israëlietische Huisgezinnen. Hij signeerde met Henri J. de Vries en Harry J. de Vries.
Jan Bader, publicist over de geschiedenis van de Joden in Noord-Brabant schreef over De Vries in De geschiedenis van de Joodse Gemeenten Geertruidenberg, Capelle, Waalwijk en Heusden [Vereniging Vrienden Synagoge Breda, 1997. 70 blz., ISBN 90-802555-6-6].
Bader merkt op dat De Vries bijna wekelijks gedichten publiceerde in een van de drie joodse weekbladen die voor 1940 in Nederland verschenen [naast eerder twee genoemde is dat het Centraal Blad].
De kleine Henri groeide in het voornamelijk katholieke Dussen op en omdat er geen openbaar onderwijs was ging hij naar de katholieke school. De slagerij van zijn vader was op zaterdag, de sjabbat, gesloten maar ook op zondag, uit respect voor de katholieke en protestantse omgeving.
Vrome Jood
Hoewel Harry een zondagsdichter kan worden genoemd is het toch uitzonderlijk dat meer dan 22 jaar lang gedichten van zijn hand werden gepubliceerd in joodse weekbladen. Bader typeert De Vries als een religieus levend man: “Als vrome jood schreef hij voornamelijk over de joodse feesten, over inkeer, vergeving en verzoening, over de vreugde van de sjabbat, maar hij vond zijn inspiratie ook in de landelijke omgeving en in de naderende dreiging van het nationaal-socialisme. Tijdens zijn onderduikperiode was er voor hem gelegenheid tot schrijven. In 1953 overleed hij in Breda.”
Onderstaand gedicht, gepubliceerd in april 1948, kort voor het uitroepen van de staat Israel, verwoordt de religieuze emoties van H.J. de Vries met betrekking tot de terugkeer van het Joodse volk naar Israël.
Pesach 5708
Dit zijn de woorden die God eens heeft gesproken,
‘k Zal u voeren naar het beloofde land,
Gezegend zult ge zijn, ik doe mijn woord gestand,
Dan wordt het koord der ballingschap verbroken…
Vrees niet, vertrouw op mij, nooit zal ik u verlaten,
Want ik Uw God, Uw Heer vergeet u niet,
Al zijt ge ook gebogen als een riet,
Verdelgen zal ‘k hen, degeenen die u haten…
‘k Ken uw heimwee en uw rust loos zwerven,
En uw verlangen, naar der Vaderen grond,
Waar eens Mijn huis, Mijn Heilige Tempel stond,
Want eenmaal zult ge het land der Vaderen erven…
Dan zullen weer de Sjofartonen klinken’
En al uw smart zal in het niet verzinken.
