Wanneer vierden de Joden de eerste Seider?

Meestal wordt aangenomen, dat de eerste Seider plaatsvond ná de uittocht uit Egypte. Dit lijkt logisch omdat de meeste Joodse feesten pas ingesteld werden nadat wij de strijd hadden gewonnen. Chanoeka werd ingesteld na de overwinning op de Hellenisten en Poerim na de val van Haman.
Maar in parsjat Bo zien we, dat de eerste Seider plaatsvond in Egypte, temidden van onze vijanden, zelfs vóór de dood van de Egyptische eerstgeborenen. De avond van de vijftiende Niesan moesten we binnenblijven, bloed van een lammetje – de afgod van de Egyptenaren – op onze deurposten smeren en de Seider vieren.

G’d zei: “Tegen middernacht zal Ik door het land Egypte trekken en elke eerstgeborene onder de Egyptenaren slaan” (Sjemot 11:4). U kunt zich de angst van de Joden voorstellen. Het lam – de afgod van Egypte – slachten was levensgevaarlijk! Niemand kon voorspellen hoe de Egyptische massa zou reageren als zij het bloed zouden opmerken en zouden begrijpen wat er met hun afgoden was gebeurd. Het was niet ondenkbaar, dat de Egyptische volkswoede in een nieuwe pogrom zou eindigen.

De Geleerden uit de Talmoed stellen ook dat wij de Matse van vrijheid aten, niet omdat wij bevrijd werden uit Egypte, maar in Egypte (B.T. Pesachiem 116b). Wat betekent dit? Onze Seider markeert niet zo zeer de werkelijke bevrijding, maar veeleer dat G’d toegezegd heeft ons te zullen bevrijden – en ons geloof in die G’ddelijke belofte. Daarom is Pesach niet zo zeer een bevrijdingsfeest, maar veel meer een feest van geloof in die verlossing. De Matse wordt in de Zohar het brood van vertrouwen genoemd en moet vóór middernacht gegeten worden, omdat ná middernacht de daadwerkelijke bevrijding op gang kwam.

Reacties zijn gesloten.