De politie in Doetinchem was niet voorbereid op extreem-rechts gezang. Ondanks dat het Centraal Joods Overleg de burgemeestrer daar vooraf over had aangeschreven. Enkele dagen voor een demonstratie van de Nederlandse Volksunie heeft het Centraal Joods Overleg burgemeester Kaiser van Doetinchem gevraagd instructies te geven aan de demonstranten. Dat heeft de burgemeester gedaan in een pampflet waarin stond dat er geen racistische of haatdragende uitingen mochten worden gedaan.
De noodverordening volgt op een verzoek van het Centraal Joods Overleg aan de burgemeester van Doetinchem om in te grijpen wanneer de Nederlandse Volksunie (NVU) in haar demonstratie antisemitische uitingen zou plegen. Die kans achtte het CJO groot, gezien eerdere demonstraties in Den Haag en Apeldoorn. De demonstratie kon niet worden verboden, maar er kunnen wel aanwijzingen worden gegeven. Dat heeft de burgemeester gedaan.
Toch kon het gebeuren dat het Horst Wessellied werd gezongen. In zijn brief had het CJO daar expliciet voor gewaarschuwd: “Bij demonstraties in de afgelopen twee-drie jaar zijn de volgende (mogelijk) racistische/antisemitische en kwetsende uitingen geregistreerd … Horst Wessellied.” Toch was de politie niet goed voorbereid. Volgens een politiewoordvoerder vroegen NVU’ers aan het einde van de demonstratie aan agenten of ze volgens goed gebruik mochten afsluiten met een lied. Daar kregen ze toestemming voor. De politie herkende in het gezang niet het Horst Wessel-lied en daarom is niet ingegrepen.
Inmiddels heeft burgemeester Kaiser aan justitie verzocht te onderzoeken of hiertegen alsnog kan worden opgetreden.
