De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Kinga Göncz heeft een Nederlandse documentaire over antisemitisme tijdens de Hongaarse opstand van 1956 aanbevolen. De instemming van Göncz met de film is opmerkelijk omdat de anti-joodse uitbarstingen tijdens de opstand in Hongarije in de taboesfeer liggen. ‘Ik dank u voor uw inspanningen om te komen tot een dieper begrip van de revolutie van 1956,’ schrijft de minister aan de makers. Het gaat om de korte film Tainted Revolution van journalist Martin Mevius, regisseur Arnold van Bruggen en cameraman Rogier Timmermans.
De film gaat in op enkele gewelddadige antisemitische incidenten die tijdens de opstand plaatsvonden. Door het wegvallen van het gezag konden in 1956 opgekropte antisemitische gevoelens naar boven komen. Dit leidde tot enige tientallen anti-joodse incidenten, variërend van scheldpartijen en graffiti tot zelfs lynchpartijen.
Tijdens de herdenking van de opstand zijn de anti-Joodse incidenten buiten beeld gebleven. Göncz legt dan ook een link met het heden. ‘Dankzij uw film kunnen we het verband begrijpen tussen deze incidenten, en zekere politieke ontwikkelingen in het tegenwoordige Hongarije,’ zegt Göncz. ‘Het laat duidelijk zien dat we open moeten spreken over de duistere kanten van onze geschiedenis.’ Dit lijkt een verwijzing naar de verdeelde viering van de revolutie. Hongarije is sterk gepolariseerd.
