Pesach: De vijfde zoon

Rabbijn Dov Salzmann uit Enschede vergelijkt de vier zonen met vier generaties. En de vijfde zoon? De vijfde generatie vraagt niet meer wat seideravond eigenlijk is. Kenegged arba’a baniem – tegen(over) vier zonen, zo spreekt de Haggada. Maar ook: tegen de trend van assimilatie in, zul je gaan, om ook nog die vijfde generatie voor het Jodendom te behouden.
Het middelpunt van de seideravond is de mitswa ‘wehigadeta lewincha’ – het vertellen aan jouw zoon. Daarom heet ook het boek van deze avond: ‘De haggada van Pesach’. Deze avond staan onze kinderen met hun vragen centraal. De mitswa van het vertellen aan onze kinderen heeft juist betrekking op opvoeding en de toekomst van het Joodse volk. In de Tora is een juist antwoord te vinden op vragen voor elk kind op zijn eigen niveau, niet alleen aan het wijze kind maar ook aan de kwaadwillende zoon. Ook deze zoon verdient aandacht te krijgen op de seideravond.

Tot onze spijt bestaan er in onze generatie niet alleen vier zonen, maar is er ook een vijfde zoon. Een zoon die helemaal niet aanwezig is op deze avond, omdat hij niet eens weet dat er een dergelijke avond bestaat. Er is geen aanleiding voor hem om aan zo’n avond mee te doen. Hij heeft niemand om vragen aan te stellen en daar is ook geen reden voor. Toch hoort hij aanwezig te zijn, maar hoe?
In de haggada komen vier soorten kinderen voor; elk kind stelt zijn vragen en krijgt daarop een antwoord zoals wij gewend zijn dat te doen.

Wij kunnen hier ook vier generaties in zien. De eerste generatie is de VADER. Hij stelt geen vragen van ‘waarom’ of ‘wat’. Hij dient G’d uit volle overtuiging en houdt zich aan alle Joodse mitswot, alles op een eenvoudige wijze. Zijn zoon, een generatie later, is al beïnvloed door een opleiding in de buitenwereld. Hij is nog wel verbonden met, en loyaal aan, de Joodse traditie.
Hij vraagt wel: “Papa, wat is de betekenis van de Joodse symbolen en van de wetten die G’d ons geboden heeft? Ik zal ze wel accepteren, maar toch wil ik weten waarom.”
Deze zoon trouwt en er wordt een kleinzoon geboren: hij gaat naar de (niet-Joodse) openbare school en daarna naar het gymnasium. Hij let niet op zijn hoofdbedekking, hij legt geen tefillien, hij weet niet hoe sjabbat te vieren, maar komt met zijn vader naar de seideravond bij opa. Want opa zingt mooie Pesachliedjes, maar verder heeft hij geen geduld om te luisteren.

Weer wordt bij de volgende generatie een zoon geboren. Thuis ziet deze zoon niets meer over het Joodse leven: geen sjabbat, geen kasjroet, geen synagoge. Bij opa, die nog leeft, komt hij voor de seideravond. Daar wordt hij geconfronteerd met Joodse symbolen zoals kaarsen op de sjabbattafel, kiddoesj en matzes. Hij is nieuwsgierig en vraagt opa wel wat de betekenis daarvan is. Hij vraagt ten minste nog. Maar zijn zoon – weer een volgende generatie – en nadat opa is overleden, weet niets meer. Zelfs wat een seideravond is, vraagt hij aan niemand en hij weet ook niet wat er te vragen valt.

Dat is ook de betekenis wat wij op deze avond zeggen: KENEGED = TEGEN, tegen alle moeilijkheden van onze tijd. De Tora leert ons wakker te zijn, attent te zijn hoe wij de Joodse traditie van OPA naar VADER, van VADER naar ZOON, van ZOON naar KLEINZOON, van KLEINZOON naar ACHTERKLEINZOON, en zo verder door moeten geven.

Nog veel jaren Pesach!
Rabbijn Dov Salzmann, Enschede

Reacties zijn gesloten.