De kleine christelijke partijen hebben Kamervragen gesteld over de bejegening van Messiasbelijdende Joden in Israel. Deze groepering bedrijft zending onder de Joden.
De Tweede Kamerleden Van der Staaij (SGP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) hebben minister Bot van Buitenlandse Zaken gevraagd hoe hij de „aanhoudende en intimiderende” demonstraties tegen Messiasbelijdende joden in het Israëlische Arad en Beersheva beschouwt.
Ongestoorde beoefening
Huizinga-Heringa en Van der Staaij willen van Bot weten of hij de gebeurtenissen beoordeelt als „een inbreuk op het recht van Messiasbelijdende Joden in Israël om op ongestoorde wijze hun godsdienstige activiteiten te kunnen organiseren.” De twee christelijke parlementariërs willen dat Bot de Israëlische autoriteiten aanspreekt op hun verantwoordelijkheid om voor Messiasbelijdende joden de ongestoorde beoefening van hun godsdienst te waarborgen.
Missionaire activiteiten
De beide fracties werpen zich bij herhaling op voor de vrije uitoefening van de christelijke religie op tal van plaatsen in de wereld, variërend van Iran tot Eritrea. De zorg voor de groep christenen waar SGP en CU nu voor opkomen is in dat kader te plaatsen. Wanneer de kleine christelijke fracties vragen om voor Messiasbelijdende joden de ongestoorde beoefening van hun godsdienst te waarborgen, dan impliceert dat ook dat zij hun missionaire activiteiten onder Joden in Israel moeten kunnen voortzetten.
Gedachtengoed overbrengen
Door het bieden van voeding en andere dienstverlening aan veelal minder bedeelde inwoners van de achtergebleven buurten en ontwikkelingssteden, trachten dergelijke groepen hun gedachtengoed over te brengen op de Joodse bevolking van de Joodse staat. Evangelisatie van kwetsbare groepen in de Israelische samenleving is een belangrijk onderdeel van de activiteiten die door dergelijke christelijke groepen worden ontplooid. De financiering hiervan komt deels uit Nederland.
Lees ook:
