De kleinste van de vier begraafplaatsen van de Joodse Gemeente Amsterdam wordt een rijksmonument. De Joodse begraafplaats in Overveen vormt met die in Diemen, Muiderberg en de overwoekerde dodenakker van Zeeburg (Amsterdam) het funerair erfgoed van de Joodse Gemeente Amsterdam.
De in 1797 opgerichte Joodse begraafplaats aan de Tetterodeweg in Overveen heeft de Rijksmonumenten-status gekregen. De begraafplaats, waar in de afgelopen decennia nog maar sporadisch is begraven, wordt beheerd door de stichting tot Instandhouding van de Joodse begraafplaats te Overveen, die ook de aanvraag deed.
Ben de Vries, woordvoerder van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, meent tegenover het Haarlems Dagblad dat de begraafplaats te Overveen ‘uniek’ en ‘de meest bijzondere’ van alle circa 250 Joodse begraafplaatsen in Nederland is. Uniek is de begraafplaats zeker, gezien de ontstaansgeschiedenis er van. De begraafplaats werd aangelegd door de ‘Neie Kille’ (= Nieuwe Gemeente). Dit was een gemeente die zich in 1797 heeft afgescheiden van de Hoogduitse Amsterdamse Joodse Gemeente. De oprichters er van waren beïnvloed door het vrijheids- en gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie. Zij wilden bijvoorbeeld het gebruik van de landstaal ten koste van het Hebreeuws in het Jodendom stimuleren. Al in 1808 werd de Neie Kille op last van de overheid weer bij de reguliere gemeente gevoegd, waardoor deze Joodse Gemeente Amsterdam sindsdien het beheer heeft over de Joodse begraafplaats in Overveen.
Op de begraafplaats liggen meerdere ‘bekende Nederlanders’ begraven. Zo liggen hier de stichter van de ‘Neie Kille’ en de vooraanstaande jurist M.S. Asser (met Joannes van der Linden en A. van Gennep vormde hij de in 1808 door koning Lodewijk Napoleon benoemde staatscommissie die een wetboek van Koophandel ontwierp), bankier en filantroop A.C. Wertheim en President van de Hoge Raad mr. dr. L.E. Visser.
Klik HIER voor een nadere beschrijving van de Joodse begraafplaats te Overveen.
