Dag pap, tot morgen. Zo heet de tentoonstelling over Joodse kinderen die via de creche tegenover deportatiecentrum de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam onder werden gebracht in onderduikgezinnen. De tentoonstelling is vanaf 3 mei t/m 27 november te zien in het Verzetsmuseum aan de Plantage Kerklaan tegenover de ingang van Artis in Amsterdam.
In de crèche aan de Plantage Middenlaan bracht men de baby’s onder van ouders die in de tegenoverliggende Hollandsche Schouwburg zaten te wachten op transport naar het concentratiekamp. Aan de hand van citaten, foto’s, documenten, persoonlijke objecten en filmbeelden krijgt de bezoeker een indringend beeld van hun ervaringen. Hoe was het in de crèche; hoe zijn de kinderen eruit gesmokkeld en door wie? Waar kwamen ze terecht, en hoe was het op hun onderduikadres? Hoe kijken de kinderen van toen terug op hun verleden, en hoe heeft de oorlog hun leven bepaald?
In koffers, vuilnisbakken en kinderwagens
De Hollandsche Schouwburg, om de hoek bij het huidige Verzetsmuseum, was de centrale verzamelplaats voor joden voordat ze op transport werden gesteld. Omdat het er al snel vol was, werden de kinderen tot dertien jaar opgevangen in een crèche aan de overkant van de straat. Vanuit deze crèche, die minder goed werd bewaakt dan de Schouwburg, zijn honderden kinderen gered. In koffers, vuilnisbakken en kinderwagens zijn ze uit de crèche gesmokkeld. De redding werd door joodse verzetsmensen georganiseerd in nauwe samenwerking met niet-joodse verzetsgroepen. Ongeveer zeshonderd kinderen werden zo gered. Op een bronzen plaquette bij de huidige IVKO-school aan de Plantage Middenlaan 31-33 staat: ‘Aan allen die tijdens de Duitse bezetting hebben geholpen joodse kinderen voor deportatie te behoeden. 1940-1945.’
Identiteit kwijtgeraakt
De tentoonstelling is geschikt voor jong en oud. In een witte ruimte gecombineerd met lichte kleuren en speelse elementen kan de bezoeker vier hoofdpersonen volgen, vanaf het moment dat ze als kind in de Schouwburg en de crèche kwamen tot de bevrijding. Op film blikken ze als volwassenen terug op hun ervaringen. Een van hen is Salo Muller, de voormalig fysiotherapeut van Ajax. In de expositie wordt duidelijk hoe hij uit de crèche werd gered, in Friesland terechtkwam, zijn naam moest veranderen in Japje Mulder en zo zijn identiteit kwijtraakte. Salo Muller houdt op zondag 16 oktober, 14.00 uur een lezing in het Verzetsmuseum; entree 7,50 euro incl. museumbezoek.
De vaak onvoorstelbare gebeurtenissen, die zich zestig jaar geleden in Amsterdam hebben afgespeeld, worden door de persoonlijke verhalen toegankelijk gemaakt.
Uitgeverij Verloren/Verzetsmuseum Amsterdam presenteren bij de opening de publicatie Dag pap, tot morgen. Joodse kinderen gered uit de crèche van Alex Bakker. Het boekje gaat uitgebreider dan de tentoonstelling in op de aangrijpende verhalen van geredde kinderen van destijds: ISBN 90-6550-862-7, prijs 12,00 euro.
De opening van de tentoonstelling werd verricht door Harrij Borghouts, commissaris van de koningin in Noord-Holland. Journalist Max Arian die zelf ook werd gered, interviewde naast de geredde Salo Muller en Lies Caransa, ook de destijds 19-jarige kinderleidster Sini Cohen-Kattenburg die al van voor de deportaties in de creche werkte omdat zij alleen op Joodse scholen nog mocht werken, en Piet Meerburg een toen jonge studentenverzetsman die de kinderen naar onderduikadressen bracht die zijn groep en een drietal andere via de creche werkende verzetsgroepen (de NV-groep, de Utrechtse groep en de Trouwgroep) hadden weten te verzorgen. Meerburg staafde de uitdrukking dat echte helden nooit tevreden zijn met de door hen verrichte prestatie door te zeggen dat hij nog steeds in de ovetuiging verkeert onvoldoende kinderen te hebben kunnen redden.
