Drie korte verklaringen voor aan de seider

Nog op zoek naar een nieuwe verklaring voor aan de seider? Rabbijn Evers brengt drie korte verklaringen. Wa’afiloe koelanoe chagamiem – al waren we allemaal grote geleerden

In de Gemara (B.T. Sjabbat 11a) staat dat iemand die constant en intens bezig is met de Tora niet hoeft te dawennen (vrijgesteld is van de tefilla – het gebed) zoals Rabbi Sjimon Bar Jochai en zijn vrienden, die hun hele leven wijdden aan continue Tora-studie. Volgens de Talmoed Jeroesjalmie (Berachot 8a) is de Tora-lerner ook vrijgesteld van het lezen van Sjema. De redenering luidt: “Dit is leren, dat is leren en het ene lernen hoeft niet te stoppen voor het andere leren.” Daarom had ik ook kunnen denken dat het vertellen over de uittocht uit Egypte dezelfde dien (status) heeft als Tora-leren. Dit zou betekenen dat je Tora-leren niet hoeft te stoppen om over de uittocht uit Egypte te vertellen, omdat ook de wonderen van de uittocht uit Egypte en de betekenis daarvan allemaal onderdeel vormen van de Tora van HaSjeem.

Vertelling heeft iets extra’s
Hoewel de siepoer Jetsijat Mitsrajiem (vertellen over de uittocht uit Egypte) een aparte mitswa is, geldt hetzelfde voor Sjema. Alhoewel het een onderdeel van de Tora is, is het toch een aparte mitswa. Desondanks valt het onder hetzelfde ‘lernen’ en zou je kunnen stellen dat men Tora-studie niet hoeft te onderbreken voor de vertelling van de uittocht uit Egypte.
Daarom laat men ons horen dat men toch verplicht is om Tora-leren te stoppen voor de Seideravond, om te kunnen vertellen over de uittocht uit Egypte. De vertelling over de uittocht uit Egypte heeft iets extras.
Daarom volgt hier het verhaal van de vijf Rabbijnen in Bnee Berak die doorseiderden totdat hun leerlingen kwamen vertellen: “Rabbotenoe, higia zeman keriat Sjema sjel sjachariet” – “Mijne heren, de tijd van het ochtend Sjema is al aangebroken.”

Waarom moesten de leerlingen hun meesters herinneren aan Sjema? De vijf Wijzen meenden dat men de Seider niet hoefde te stoppen voor Sjema want beide zijn een onderdeel van Talmoed Tora (Tora-studie) waarmee men eigenlijk niet hoeft te stoppen voor het lezen van Sjema. De Hagada vertelt ons dat de verklaring van het monotheïsme uiteindelijk toch belangrijker is.

Het vertellen over de uittocht uit Egypte is belangrijker omdat daarbij over de grote wonderen voor Am Jisraëel wordt verteld en bekendheid wordt gegeven aan de bovennatuurlijke gebeurtenissen (pirsoem hanees) hetgeen aanleiding vormt om G’d te loven. Toch is het belangrijkste van de mitswot dat wij de eenheid van G’d overal achter zien. Daarom is Sjema belangrijker dan het vieren van de Seider. De Seider vormt een inleiding op onze monotheïstische geloofsbelijdenis.

Ma’asee beRabbi Eliëzer
In de Tosefta (Pesachiem hoofdstuk 18) staat dat zij de hele nacht bezig waren met hilchot Pesach (de voorschriften van het Pesach-offer). Rabbi Jitschak Ze’ev Soloveitschik uit Brisk bewijst hieruit dat men ook met de hilchot Pesach, de verplichting van vertellen over de uittocht kan vervullen. Toch is duidelijk dat wanneer iemand het de hele seideravond alleen maar over hilchot Pesach heeft, hij de mitswa van het vertellen over de grote wonderen bij de uittocht uit Egypte heeft verzaakt. Hij heeft inderdaad veel verteld en verdient zeker ‘een pluimpje’ maar een belangrijk aspect van de Seider heeft hij laten liggen. Moeilijk blijft dus waarom deze grote Geleerden – volgens de Tosefta – de hele Seider-nacht hebben gelernd over de voorschriften van het Pesachoffer.

Rabbi Akiwa en Rabbi Elazar ben Azarja hebben aan het einde van Gemara Pesachiem een meningsverschil over de vraag of het Korban Pesach alleen maar gegeten mag worden tot middernacht of tot de ochtendgloren. Volgens Rabbi Elazar ben Azarja mag het Pesach–offer alleen maar gegeten worden tot middenin de nacht en volgens Rabbi Akiwa tot de ochtendgloren. Toen in Bnee Berak chatsot (middernacht) aanbrak stond Rabbi Elazar ben Azarja op om naar het Beet Hamidrasj (leerhuis) te gaan want volgens hem bestaat er na chatsot geen mitswa meer om over de uittocht te vertellen. Hij wilde dus direct teruggaan naar Tora-leren, omdat er verder geen mitswa was om te vertellen.
Rabbi Akiwa bleef echter bij zijn mening, dat men tot de ochtendgloren moet doorvertellen over de uittocht uit Egypte. Om geen machloket (ruzie) te maken en bij elkaar te blijven, werd toen besloten tot een compromis. Vanaf middernacht tot de ochtendgloren hebben ze zich beziggehouden met hilchot Pesach (voorschriften van het Pesach-offer) omdat dat beide aspecten bevat: het leren van Tora en het vertellen over de uittocht uit Egypte.

Hoewel de bijeenkomst van de vijf Geleerden in de Hagada en het verhaal uit de Tosefta twee aparte gebeurtenissen zijn (de bijeenkomst in de Hagada vond plaats in Benee Berak en daar zaten Rabbi Eliëzer en Rabbi Akiwa met hun collega’s aan en de bijeenkomst van de Tosefta vond in Loed plaats met Rabban Gamliël en de Zekeniem (Ouderen)), zijn deze Ouderen Rabbi Jehosjoe’a, Rabbi Akiwa, Rabbi Elazar ben Azarja en Rabbi Eliëzer. Op verschillende plaatsen in de Talmoed staat dat ze vaak bijeenkwamen (vgl. B.T. Makkot 24b, Soeka 41b).

Ad sjeba’oe talmidehem weamroe: rabbotenoe higia zeman Keriat Sjema sjel sjachariet
Chassidiem vertellen over de grote Rabbi Levi Jitschak uit Berditchev, dat hij de gewoonte had op Seider-avond wanneer hij terugkwam uit Sjoel te luisteren naar hoe gewone mensen Seider vierden. Op een keer kwam hij langs het huis van een am ha’arets (iemand met weinig Joodse kennis) die hij hoorde zeggen: “Echhhhhaaad chagam, echhhhhaaad rasja, echhhhhaaad tam, echhhhaaad sje’eno jode’a lisjol.” De vader legde zijn kinderen uit dat hij zich herinnerde hoe hun grootvader hem leerde dat er in de Sjoelchan Aroech – het joodse wetboek – staat geschreven dat je “echad” (Eén) van Sjema lang moet zeggen om G’ds eenheid uit te diepen (Sjoelchan Aroech, I:61:6). En zo deed hij dit nu op zeer onorthodoxe wijze ook bij dit stukje uit de Haggada. Rabbi Levi Jitschak van Berditchev hief zijn handen op ten Hemel en zei: “Heer der wereld, wie is U als Uw volk Israël?” De bedoeling van de uittocht uit Egypte was, dat wij het Hemelse juk op ons zouden nemen. Daarom zaten vijf grote Geleerden in Bnee Berak de hele nacht op om te vertellen over de uittocht uit Egypte tot men bij de diepere bedoeling aankwam en het tijd was voor het lezen van Sjema ‘s ochtends. Kijk naar deze eenvoudige Jood, die nauwelijks begonnen is met de Seider en al bezig is met de verklaring van G’ds eenheid!”

Beginletters sjachariet
Rabbi Levie Jitschak voegde eraan toe dat het woord ‘sjachariet’ bestaat uit de beginletters van chagam (wijze), rasja (slechterik), tam (eenvoudige), sje’eno jode’a lisjol (diegene die nog geen vragen kan formuleren). Sjema van sjachariet betekent dan de Eenheidsverklaring van alle vier kinderen – of soorten Joden – samen.

Reacties zijn gesloten.