In het boekje Vertel de Verhalen zijn ruim zestig gedenktekens aan de Tweede Wereldoorlog en hun verhalen gebundeld. De zestig monumenten staan in de Amsterdamse binnenstad. Daaronder zijn een aantal Joodse monumenten, zoals dat voor het Joods verzet aan de Zwanenburgwal, het Auschwitz monument in het Wertheimpark, de belijning van de plaats waar eens het Joods Jongensweeshuis heeft gestaan, nu de plek van het Muziektheater, en de plaquette aan de gevel van het gebouw van de Joodse Invalide, nu de GG & GD aan het Weesperplein. Alle gedenktekens in de Amsterdamse binnenstad, die herinneren aan het leed van de jodenvervolging en de gevallen verzetsstrijders, zijn opgenomen in het boek. Omdat de gebeurtenissen waarnaar deze gedenktekens verwijzen nooit vergeten mogen worden, zijn de verhalen achter de tekens bijeengebracht.
Vertel de Verhalen bevat foto’s van alle gedenktekens in het centrum van de hoofdstad, van het Nationaal Monument op de Dam en de Dokwerker tot de kleine gevelsteen aan de Reguliersgracht en de plaquette in De Bijenkorf. Het boek is vervaardigd in opdracht van het stadsdeel Centrum. De auteurs Frans Heddema en Margit Willems zochten de vaak onbekende verhalen achter de bekende beelden, plaquettes, gevelstenen en borden. Stuk voor stuk hartverscheurende verhalen over gevallenen in de oorlog.
Het boekje Vertel de Verhalen is te koop bij het Voorlichtingsloket van het stadsdeel Centrum in het stadhuis.
Een jaar na het verschijnen schreef Parool-redacteur Corrie Verkerk de volgende recensie over ‘Zestig treurige verhalen’
Eigenlijk kwam Vertel de Verhalen al een jaartje geleden uit. Maar in de grote hoeveelheid boeken over de Tweede Wereldoorlog kwamen de vaak vergeten verhalen achter Amsterdamse gedenktekens enigszins in de verdrukking.
Zestig van die verhalen werden opgetekend door Frans Heddema en Margit Willems. Bekende verhalen, vergeten gebeurtenissen. ‘Bij instellingen en bedrijven waar herinneringstekens hangen, weet men soms alleen vaag iets over de oorlogsgeschiedenis van de namen op de plaquettes,’ schrijft Heddema.
Zo stonden op het hoofdpostkantoor – toen nog aan de Nieuwezijds Voorburgwal – op 4 mei altijd lege bloemenvazen bij de balie. Nabestaanden van de 68 oorlogsslachtoffers wier namen op twee plaquettes waren vereeuwigd, mochten daar dan een bloemetje neerzetten. Heddema: ‘In het nieuwe gebouw aan het Singel ontbraken ze. ”Mag ik een vaas?” vroeg een vrouw die een stevige bos bloemen droeg. De baliemedewerkster keek verbaasd. ”Het is 4 mei,” zei de vrouw en ze wees naar de plaquettes.” Langzaam drong het aan de balie door. Snel werd een vaas gezocht. De bloemen van de vrouw zijn nu elk jaar op 4 mei de enige die onder het gedenkteken liggen.’
De herinneringen van steen raken uit zicht, aldus Heddema. ‘Het wordt steeds moeilijker de verhalen te achterhalen.’ En ook zon, regen en ijs werken mee aan ‘het verdwijnen’. De zestig monumenten uit het boek – beelden, plaquettes, een markering in de grond, beroemde gedenktekens en ‘kleine(re) herinneringen’ zijn nu in elk geval op papier vereeuwigd.
Ook de witte gevelsteen aan de Bloemgracht 82, met daarop drie namen en de tekst ‘Voor de vrijheid van hun vaderland gevallen, op 25 april 1945’. Het zegt veel voorbijgangers waarschijnlijk niet veel, maar Henk en Jeanette ten Have, die in de oorlog als kind in het huis woonden, kennen de treurige geschiedenis van Dick Wolters, Ko Stevesen en Johannes Stephanus Keune als geen ander.
Het huis deed dienst als uitvalsbasis voor het verzet, als wapenopslag én als onderduikadres voor bovenstaande mannen, die allen lid waren van de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 25 april werd bij de Ten Haves op de deur gebonsd. Duitse soldaten vroegen de moeder van Henk en Jeanette of ze soms mensen in huis had. ”Nee,” antwoordde zij. Eén van haar kinderen: ‘Toen haar gevraagd werd of misschien mensen op zolder zaten, wachtte ze iets te lang met het antwoord. De Duitsers gingen naar boven en even later hoorden we schieten. Op dat moment heeft mijn moeder afscheid van ons genomen. Ze was ervan overtuigd dat zij ook zou worden gedood, omdat de verborgen wapens gevonden zouden worden.’
Dat gebeurde echter niet. Na de schietpartij trof zij haar onderduikers doodgeschoten en met bajonetten gestoken aan.
Soms is één monument aan velen gewijd, soms aan een enkel drama. Zoals de inmiddels wat verweerde bronzen plaquette voor Annick van Hardeveld. De 21-jarige medisch analiste én koerierster verliet de avond van 4 mei 1945, na uitgelaten op straat de aanstaande Duitse capitulatie te hebben gevierd, haar ouderlijke woning. Onderweg, op haar fiets , werd ze doodgeschoten, vermoedelijk door een patrouille van de Wehrmacht. Ze was op weg naar ‘haar jongens’, leden van de verzetsgroep met de gecompliceerde naam DZ-G10/NBS-SG sectie Max III. En terwijl heel Nederland enkele uren later werkelijk de bevrijding vierde, werd Van Hardeveld door haar familie en vrienden begraven.
Ook het gedenkteken aan de gevel van het vroegere Joods Lyceum aan de Voormalige Stadstimmertuin – een vervormde davidsster en de jaartallen 1941-1943 – heeft een plaatje gevonden in het boek.
De school, waar ook Anne Frank les kreeg, werd in de oorlogsjaren leger en leger. ‘Het ging zo geruisloos. Aan het eind van het schooljaar waren ze er nog, en na de zomervakantie waren ze ineens weg,’ aldus een leerling.
Eén van hen was Frieda Poppelsdorf. Op 3 mei 1942, haar verjaardag, werd iedereen verplicht een davidsster te dragen. Ze zei: ”Oh, wat mooi, op mijn verjaardag een ster.” Die eerste sterren waren nog oranje. De auteurs: ‘Heren namen hun hoed af, mensen zeiden: ”Oranje Boven.’ Het jarige meisje, dat zo blij was met haar ‘cadeautje’, zou 5 februari 1943 in Auschwitz worden vergast.”
