Gerard Klein en Fiep Maas, respectievelijk voorzitter en secretaris, van de Joodse Gemeente Hilversum ontvingen uit handen van burgemeester Ernst Bakker de versierselen behorend bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De uitreiking in het befaamde, door Dudok ontworpen stadhuis van Hilversum, kwam voor beiden als een volstrekte verrassing.
De bijeenkomst werd geleid door oud-gemeenteraadslid Hans Roos. Naast burgemeester Ernst Bakker voerden ook rabbijn J.S. Jacobs van het Interprovinciaal Opperrabbinaat en NIK-secretaris Ruben Vis het woord. Naast rabbijn Jacobs was ook rabbijn Moshe Stiefel aanwezig, hij is de rabbinale functionaris die vanuit zijn woonplaats Almere de Joodse Gemeente Hilversum bedient.
Rabbijn Jacobs onderstreepte de opgave om bestuurlijk actief te zijn zoals Klein en Maas hebben gedaan na de verschrikkingen van de Sjoa. Ook Ruben Vis stelde hun bestuurlijk functioneren centraal, toen hij citeerde uit Pirké Awot waar de vraag wordt beantwoord wie eer verdient, n.l. degene die aan de schepselen eer biedt. Dat nu is ook wat bij deze twee bestuurders steeds voorop heeft gestaan, niet te blijven steken in formele bestuurlijke zaken, maar de menselijke zaken centraal te zetten. Ook bracht hij een woord van waardering uit aan het adres van het gemeentebestuur van Hilversum, dat in een tijd waarin religie naar de marge wordt gedrongen, juist in het gemeentehuis twee personen huldigt die zich voor een religieuze zaak hebben ingezet.
