JMW Cliënten- en deelnemersraad zegt gesprek af met NIK en Joodse Gemeente Amsterdam

De JMW Cliëntenraad gaat niet in op een uitnodiging van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam. De cliëntenraad van JMW was geïnviteerd naar aanleiding van de advertentie die de Raad heeft geplaatst in o.a. het NIW (22 oktober 2004), en is te zien op Joods.nl en op de website van JMW. De inhoud er van komt de besturen van het NIK en de Joodse Gemeente Amsterdam onbegrijpelijk voor en heeft hen ernstig gegriefd.
NIK en Joodse Gemeente Amsterdam hechten er aan de cliënten en deelnemers van JMW te informeren over de tussen JMW en het NIK/Joodse Gemeente Amsterdam ontstane situatie. De laatsten gaan er van uit dat de stellingname van de Cliënten- en deelnemersraad is gebaseerd op enig misverstand. De Cliënten- en deelnemersraad heeft op het laatste moment een bespreking met NIK en Joodse Gemeente Amsterdam afgezegd, en wil alleen schriftelijk te worden geïnformeerd om deze te vergelijken met door JMW ingebrachte processtukken. Opmerkelijk genoeg heeft deze opvatting de Raad er niet van weerhouden zelf eerst de publiciteit te zoeken, in het spoor van de besturen van Joods Maatschappelijk Werk die ook tussen de rechtszitting en de uitspraak van de rechter de publiciteit blijven zoeken.

De Joodse Gemeente zet zich in ten bate van de geestelijke zorg van haar leden, en werkt trouwens ook voor heel veel (nog) niet-leden. Daarom bestaat er bij ons als geen ander, begrip voor het belang dat moet worden gehecht aan het werk waarmee JMW zich bezighoudt.
Het NIK en de Joodse Gemeente Amsterdam hebben geen actie richting JMW geïnitieerd, maar JMW heeft op heimelijke wijze getracht vermogen dat niet aan JMW toekomt, te verwerven. De heimelijkheid er van heeft JMW in de enkele gesprekken die het heeft willen voeren met NIK en Joodse Gemeente Amsterdam, ook bevestigd. NIK en Joodse Gemeente Amsterdam willen alles er aan doen om de aloude verhouding voort te zetten, waarbij JMW in de positie zal verkeren dat het als oorspronkelijk beoogd een beroep kan doen op het rendement op het vermogen van een aantal Joodse fondsen.
In tegenstelling tot hetgeen was afgesproken – langs bestuurlijke weg een oplossing in stilte vinden – heeft JMW via advertenties de zaak nodeloos op scherp gezet en onze organisaties daarmee in een kwaad daglicht geplaatst. JMW was wel op de hoogte van de door de Cliëntenraad geplaatste advertentie, maar heeft daar eigener beweging geen afstand van willen doen. Eerst na aandrang onzerzijds heeft de Raad van Toezicht van JMW verklaard niet gelukkig te zijn met de inhoud van de advertentie omdat het niet correct is wat daar in staat. Van de keuze om een advertentie te plaatsen, neemt JMW , o.a. door deze ook prominent op de JMW-website te plaatsen, geen afstand. Dat strookt niet met de bestuurlijke benadering en leidt tot bezorgdheid bij de cliënten en deelnemers van JMW. Daar lijkt ons JMW niet bij gebaat; onze leden zijn dat in ieder geval niet.

Het bleek dat het JMW te doen was om de volledige beschikking te krijgen over de vermogens van deze instellingen. Deze stap heeft ons geschokt, omdat daarmee in 2002 gemaakte afspraken over de instandhouding van deze vermogens werden geschonden en duidelijk werd dat JMW geld van deze fondsen wilde gebruiken voor iets anders dan het werk ten behoeve van Joodse minderjarigen, waarvoor deze fondsen statutair zijn bestemd.

Reacties zijn gesloten.