NIK’s Jaarverslag 2003 op internet

Besef van antisemitische opvattingen moet omhoog juni 2004

Evenals in voorgaande jaren is het jaarverslag van het NIK over 2003 op internet terug te vinden. In het jaarverslag gaat het NIK-bestuur in op tal van zaken die in het voorgaande jaar aan de orde zijn geweest, waaronder ontwikkelingen op bestuurlijk niveau, nieuwe elementen in het onderwijsplan, de activiteiten van NIK-rabbijn Raphael Evers en Jongerenrabbijn Menachem Sebbag en het reilen en zeilen van Jad Achat.
Het jaarverslag wordt geopend met een inleiding die onder meer ingaat op het groeiend antisemitisme en de noodzaak besef te kweken van deze groei. Het NIK-bestuur zegt daarin: “Het besef moet groeien over de omvang van anti-Joodse opvattingen in de samenleving die n.l. veel grotere vormen aannemen dan de geregistreerde incidenten kunnen uitwijzen. Er moet een passend beleid worden ontwikkeld.”
Het NIK constateert dat wie herkenbaar is als Jood de kans loopt daar op te worden ‘aangesproken’. “Het zijn uitingen van Jodenhaat, waardoor – in slechts weinig gevallen, want zo veel als zodanig herkenbare Joden zijn er niet – duidelijk wordt dat er in brede mate sprake is van anti-Joodse gevoelens. Breder dan de overigens zeer noodzakelijke jaarlijkse registratie van incidenten kan aantonen. Simpelweg omdat de kans dat iemand met antisemitische opvattingen deze kan uiten jegens een lid van de Joodse bevolkingsgroep in Nederland nu eenmaal uiterst klein is. Wanneer die gevoelens jegens als zodanig herkenbare Joden dan toch tot uiting komen, dan gaat het – bijna per definitie – in de meeste gevallen om leden van ons kerkgenootschap. Het is mede daarom dat wij het minstens onze zorg en zonodig ook onze taak achten, de aandacht te vragen voor de omvang en de groei aan antisemitisme.” In eerste instantie via het Centraal Joods Overleg, maar daarnaast indien van belang ook zelfstandig, voert het NIK een beleid op het terrein van antisemitisme. Daarbij is het noodzakelijk de aandacht te vragen en te blijven vragen voor dit probleem dat onze leden in hun dagelijks leven keer op keer raakt, dat binnen onze gemeenschap in bredere zin tot bezorgdheid leidt, maar dat in wezen een probleem is dat de samenleving in zijn geheel aan gaat. Het bedreigt niet alleen het Joodse volksdeel maar heel de samenleving. “In anti-judaïsme toont zich de vatbaarheid van een hele maatschappij voor rotting en bederf.” (Eindhovens Dagblad, 13 november 2003)

Reacties zijn gesloten.