Pleidooi voor religieuze vrijheid

Aan het begin van de zomer fungeerde de Nederlandse regering als gastheer voor een conferentie over vrijheid van religie en geloof van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Naast vertegenwoordigers van vrijwel alle lidstaten namen tientallen niet-gouvernementele organisaties aan de conferentie deel. Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap was in dit internationaal verband de enige Joodse deelnemende organisatie. Het thema van de conferentie, vrijheid van religie en geloof, past goed in het kader van de OVSE, dat zijn bestaansrecht ontleent aan de zgn. Helsinki-akkoorden tussen Oost-Europa en het Westen die ten tijde van de Koude Oorlog (1975) werden getekend en gericht waren op de verbetering van de mensenrechten.
Het recht op vrijheid van religie wordt beschouwd als een ‘mensenrecht’. De Nederlandse regering hecht dermate aan dit mensenrecht dat in de notitie Mensenrechtenbeleid 2001 de vrijheid van religie en overtuiging als allereerste aandachtspunt wordt genoemd, nog voor veel meer tot de verbeelding sprekende mensenrechten als uitbanning van marteling en vrijheid van meningsuiting.
NIK-secretaris Ruben Vis onderstreepte gedurende de conferentie in Den Haag het belang van de vrijheid van religie. Het Europees Jodendom is in vrijwel alle bij het OVSE-verdrag aangesloten landen een minderheid. Maar wel een minderheid met een veelal zeer lange traditie en grote bijdragen aan de stabiliteit en de ontwikkeling van iedere staat. Het Europees Jodendom weet wat vrijheid van religie inhoudt. Gedurende al die jaren van onze aanwezigheid zijn of waren wij in sommige landen onderdrukt, elders in vrijheid levend, en vormden wij hier erkende en daar ondergrondse religieuze organisaties. Een zo’n erkende religieuze organisatie is de Joodse Gemeente van Macedonië. Deze speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van een gezamenlijke vredesverklaring die oproept tot beëindiging van de strijd tussen bevolkingsgroepen in het door geweld verscheurde Balkanland. De verklaring werd getekend door leiders van diverse christelijke en moslimgemeenschappen en de Joodse Gemeente van Macedonië.
In het kader van vrijheid van religie kwam gedurende de conferentie de onmogelijkheid van Bosnische Moslims aan de orde om hun moskeeën te herbouwen. Ruben Vis verbond hieraan het voorbeeld van de ontwijding van het graf van Joseef en de illegale opgravingen op de Tempelberg in Jeruzalem. Daartegenover staat een document van de Internationale Joods-Katholieke Overleggroep dat pleit voor de zorg en bescherming van heilige plaatsen.

Reacties zijn gesloten.