Eisen afgewezen, maar rechtsgang heeft duidelijkheid verschaft

Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en de Joodse Gemeente Amsterdam hebben kennis genomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in Arnhem in een kort geding dat door beide was aangespannen tegen een conglomeraat van Wageningse instituten, de KNMvD en de Staat der Nederlanden.

De eisen zijn weliswaar niet toegewezen, maar de rechtsgang heeft hoe dan ook voor de eisende partijen datgene verschaft waarom het hen ging: duidelijkheid.

 

Vragen

Doel van de gang naar de rechter was vooral om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag naar de status van rapporten die in de behandeling van het wetsvoorstel onbedwelmd ritueel slachten een grote rol hebben gespeeld. De rechter heeft vastgesteld dat de rapporten niet zijn gemaakt door de Universiteit Wageningen, maar zijn uitgebracht door DLO, een geprivatiseerde rijksdienst, waarmee het ministerie een subsidierelatie onderhoudt. Hiermee waren een aantal essentiële vragen beantwoord. De eisende partijen betreuren het dat slechts door tussenkomst van de rechter en pas op de zitting de gedaagden bereid waren hieromtrent duidelijkheid te verschaffen.

 

Duidelijkheid en waarheidsvinding

Voor de twee eisende partijen die vooral op zoek waren naar duidelijkheid en waarheidsvinding, was de zitting voor de voorzieningrechter te Arnhem reeds van grote waarde. Daar verklaarde de wederpartij dat niet de Wageningen universiteit de opsteller is geweest van twee rapporten die de Kamer wel als zodanig zijn gepresenteerd, maar een geprivatiseerde rijksdienst.

Ook bleek ter zitting dat de onderzoekers in tegenstelling tot wat het betreffende rapport vermeldt, de slacht volgens religieuze methoden niet hebben onderzocht. Het experiment dat zij hebben uitgevoerd bleek, anders dan in het rapport vermeld, geen slacht te zijn geweest volgens een religieuze slachtmethode.

De KNMvD verklaarde ter zitting dat het ingenomen standpunt was gevormd door de ethische commissie van de Maatschappij voor Diergeneeskunde; waarmee dus is komen vast te staan dat het om de menselijke ethiek, niet om een oordeel op dierkundige grondslag gaat.

In het kader van dit kort geding, waarbij een volledige toetsing niet kan plaatsvinden was de Voorzieningenrechter van mening dat voorshands de rapporten in kwestie niet op onrechtmatige wijze tot stand zijn gekomen en evenmin de inhoud van de rapporten onrechtmatig.

In een eerste reactie maakt eisers duidelijk dat ze gematigd tevreden zijn over het vonnis.

Het is jammer dat de rechter niet zwaarder heeft laten meewegen in zijn beoordeling dat op de zitting is komen vast te staan dat inderdaad niet de Universiteit Wageningen het rapport heeft gemaakt. Uiteindelijk werd die openheid van zaken pas gegeven op de zitting zelf. Hiermee is aangetoond dat ook de politiek op een verkeerd been is gezet. Het is daarom des te meer jammer dat het verzoek van de CU om de stemming aan te houden, niet door de Tweede Kamer is gesteund.

aldus Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam.

De rechter maakt in de uitspraak helder dat wetenschappelijk onderzoek en politieke duiding verschillende zaken zijn. Het beoordelen van wetenschappelijk onderzoek is mensenwerk, en de Tweede Kamer en anderen dienen dus kritisch te staan ten opzichte van dergelijk onderzoek. De rechter zegt ook dat het rapport voor leken, en dat zijn politici in zekere zin ook, een verkeerd beeld zou kunnen geven van de betekenis van de resultaten van het onderzoek.

Reacties zijn gesloten.