(Dewariem/Deuteronomium 3:23 – 7:11)
WE-ETCHANAN (en ik smeekte): Mosjé smeekt toch het Land te mogen binnentrekken maar G’d weigert dat. Hij kan op de top van de berg Pisga het Land aanschouwen en hij zal Jehosjoe’a aanmoedigen. Mosjé herinnert het volk aan de Openbaring op de berg Sinaï, die voor de hele natie bestemd was. Er mag aan de Wet niets toegevoegd of afgenomen worden. Voorschriften moeten iedere generatie opnieuw overgedragen worden. Mosjé geeft een overzicht van de Tien Geboden en draagt op de Wet strikt na te leven: hebt ontzag voor G’d. Mosjé onderwijst Sjema, de centrale gedachte dat er slecht één G’d is. Bezondig je niet aan G’ds verboden, ga geen huwelijken aan met de inwoners van het Land en vernietig hun afgodische hoogten. Want de Bné Jisraëel zijn aan HaSjeem gewijd, ze mogen niet spiritueel vervallen en hun bijzondere opdracht vergeten. Mosjé voorspelt dat de Bné Jisraëel tot zonden zullen vervallen en dan verstrooid zullen worden onder de volkeren, maar uiteindelijk zullen terugkeren.
Va’etchanan is de 45e parsja van de Tora, de tweede van het vijfde Tora-boek, dat Devariem heet. Parsja Va’etchanan bestaat uit 21 parsjiot, afdelingen waarvan 5 open en 16 gesloten zijn, telt 122 pesoekiem, verzen, 1878 woorden, 7343 letters en is hiermee de 17 na langste parsja. Va’etchanan bevat 12 mitsvot, waarvan 8 ge- en 4 verboden.
Verdieping I: GELOOFSSTELLINGEN?
Deze week lezen we weer over de Tien Geboden. Voor mij waren de Tien Geboden altijd een soort `Jiddisje dogmatiek’ – een soort samenvatting van alle geloofsstellingen. Maar de bekende middeleeuwse arts, filosoof, commentator en wetsgeleerde Rabbi Mosje ben Maimon, Maimonides (-ides betekent zoon van), die van 1135 tot 1204 in Spanje en Egypte leefde, dacht daar anders over. Want de Olam haba, de Toekomstige Wereld, de herleving van de doden en de Masjieach staan niet duidelijk in de Tora.
De Joodse manier van geloven is kort maar krachtig in dertien `essenties’ onder woorden gebracht door Maimonides. Deze dertien geloofspunten worden in de meeste tefillot, gebedenboeken bijgedrukt en vormen zo de meest populaire geloofsbelijdenis van het Jodendom. Dat lijkt veel op dogmatiek.
Om zijn systematische behandeling van de geloofsbeginselen wordt Maimonides wel `de schematische wijsgeer van de synagoge’ genoemd. Maimonides lijkt de geloofsinhoud van het Jodendom op een dogmatische, bijna Griekse wijze te behandelen. Veel van zijn collega’s meenden, dat hij zich hierdoor buiten de Joodse traditie had geplaatst. Het Jodendom kende oorspronkelijk weinig systematiek. Direct na de dood van Maimonides ontbrandde een felle, interne strijd naar aanleiding van zijn geschriften.
De vraag of het Jodendom dogma’s en een dogmatiek kent vormt een heet hangijzer in de Joodse gelederen. Velen stellen, dat iedere zin, ja iedere letter van de Tora een onwrikbaar dogma is.
De moderne orthodoxie wijst een dogmatische formulering van de geloofsinhouden steeds meer en sterker af als iets, dat het Jodendom wezensvreemd is. Het is de vraag of deze tegenstrijdige ontwikkeling tot een botsing en uiteindelijk tot een scheuring binnen het traditionele Jodendom zal leiden. Ik geloof van niet. Het gaat hier namelijk om twee kanten van dezelfde medaille. Het Jodendom in de diaspora kent twee situaties, de situatie van het getto en die van de assimilatie. Situaties, die overigens niet altijd even duidelijk te scheiden zijn.
Het getto-Jodendom leidde een vrij geïsoleerd bestaan. Hierdoor ontstond er een rijke halachische (Joods-juridische) literatuur en kwam de mystieke literatuur tot grote bloei. Filosofie van de religie en systematische theologie, die overigens in het Jodendom niet van elkaar te scheiden zijn, werden echter volledig verwaarloosd. In meer assimilatorische omstandigheden, waar het Jodendom geconfronteerd werd met een dialoog met de omgeving, werd een geordende voorstelling van de inhoud van het geloof – vrijwel altijd in een vreemde taal – noodzakelijk.
De openingsvraag is nog niet beantwoord: de dertien geloofsartikelen lijken Grieks-filosofisch geïnspireerd. Filosofie en geloof zijn echter tegengestelde geestesbewegingen. Filosofie is de poging de wereld te vatten van beneden naar boven. Theologie daarentegen is het denken over de Openbaring, die vanuit de transcendentie, van Boven dus, in de wereld `inbreekt’. Heeft Maimonides leentjebuur gespeeld bij de filosofische systemen uit zijn omgeving, zoals de theorieën van Plato en de Stoa?
Ik geloof van niet. Voor Maimonides had de Tora onaantastbare autoriteit. Ik ben van mening, dat Maimonides de rede en het denken slechts in dienst stelde van de Tora. Net zoals wetenschap en geloof geen tegenstelling hoeven te vormen, staan ook Openbaring en menselijk denken in harmonieuze verhouding.
Maimonides heeft zijn geloofsartikelen in dertien principes samengevat. Hij sluit hierbij aan bij de dertien geopenbaarde eigenschappen van G’ds genade, die in Exodus 34:6-7 beschreven staan: “barmhartig, genadig, lankmoedig, vol van liefde en waarheid, etc”.
Door gebruik van het getal dertien stelde Maimonides zijn geloofsleer duidelijk in het teken van de G’ddelijke genade, die in de gebeden van Jom Kippoer en de voorafgaande seliechot (smeekbeden) zo een mystieke rol spelen.
Een fraaiere combinatie van het aardse en het G’ddelijke is haast niet voorstelbaar: van onder het hoogste, dat het menselijk intellect kan bereiken, van boven de G’ddelijke openbaring en daartussen de inhoud van het Jodendom, die van de schepping over de Openbaring op de berg Sinai tot de verlossing reikt.
Verdieping II: Tefillien, gebedsriemen
Elke dag – behalve Sjabbat en Jomtov – leggen we tefillien. Met de tefillien vangen we een speciaal G’ddelijk signaal op gelijk een radio. Alles is daarom zo exact in de gebedsriemen. De radio ontvangt aardse straling. Elk detail is nodig. Zodra er maar één draadje loshangt, werkt de radio niet meer. De tefillien moeten een spiritueel signaal opvangen. Daarom moeten ze precies afgestemd zijn op dit signaal. Wanneer er maar één voorgeschreven contact verbroken wordt, is er geen verbinding meer. De vergelijking met de radio gaat nog verder. Om te begrijpen hoe een radio werkt, is een langdurige studie nodig. Toch kan zelfs een klein kind de radio aanzetten. Hetzelfde geldt voor de mitsvot, Tora-geboden. Men kan een leven lang studeren om hun betekenis te begrijpen. Maar het signaal kunnen we allemaal ontvangen, hoe weinig we ook weten van de Tora.
Er steekt een kalfshaartje uit de tefillien. Is dat bedoeld als antenne? Met tefillien proberen wij het kwaad in de wereld te verdrijven. In de Zohar wordt gesproken over de kracht van het kwaad. G’d heeft het kwade Zelf geschapen maar geeft het zo min mogelijk ruimte in het heiligdom. Dit is het mysterie van het kalfshaar in de tefillien. Dat moet een beetje naar buiten steken maar zo min mogelijk om in ieder geval geen onreinheid te creëren. We brengen dit haar in het heiligdom van de gebedsriemen, geven het een kleine plaats opdat het ons niet zal wegduwen. Met kalfshaar worden de perkamenten afdelingen uit de Tora samengebonden. Dat haar wordt naar buiten geleid om duidelijk zichtbaar te zijn. Maar het moet minder uitsteken dan een gerstekorrel.
Waarom is er kwaad in de wereld? Zonder kwaad had de vrije wil geen betekenis. Willen wij zoveel mogelijk op G’d lijken, dan moeten wij zoveel mogelijk vrije wil hebben. Daarom is het kwaad geschapen. Zonder keus tussen goed en kwaad zouden wij slechts robotten zijn. Wijsheid is alleen maar goed omdat er ook domheid bestaat. Licht wordt alleen gewaardeerd als er ook duisternis is. Onze hele wereld bestaat uit tegengestelden (Prediker 7:14). G’d schept licht en creëert duisternis, maakt vrede en schept kwaad. G’d gaf kwaad zo min mogelijk macht. Het hangt aan een draadje. Maar de mens kan het kwaad cultiveren. Dan groeit het. Dit is de symboliek van het haar in G’ds tefillien. Haar is dood: je kunt het ongemerkt afknippen. Toch komt het uit iets levends voort. Het is de dood die voorkomt uit het leven. Hetzelfde geldt voor het kwade. Hoewel het zelf dood is, komt het uiteindelijk van de bron van al het leven. Het aardse bestaan eist kwaad. Het haar zit dus midden in Zijn hoofdtefillien. Maar het is slechts een miniscuul haartje. Kwaad krijgt slechts weinig toegang. Het is het minimum aan levenskracht. Dit haartje verbindt al het kwade met het heilige. Het vormt het kanaal waardoor al het kwade weer teruggebracht kan worden tot het goede, kan worden gesublimeerd en gelost. G’d staat altijd klaar voor spijtoptanten. Wanneer wij tot inkeer komen, verandert al het slechte in goed. Hier speelt de tefillien een belangrijke rol. Gan Eden is het hoogste wat G’d ons kan bieden. Wanneer we in de Toekomstige Wereld komen, moeten we allereerst G’d recht in de ogen kijken. De meeste mensen ervaren een diepe schaamte omdat ze tegen G’d hebben gerebelleerd. Deze brandende schaamtegevoelens zijn de vuren van Gehinom.
Iemand die niet volledig verdorven is, ervaart dat Gehinom slechts voor korte periode. Dan wordt hij bevrijd. G’d voert de mens naar beneden de afgrond in maar leidt hem ook weer direct naar boven. Het haartje in de tefillien dient als verbinding van het kwade met het heilige, zodat men kan worden bevrijd. Het is het levenslijntje dat het contact met het hogere altijd onderhoudt. Zelfs wanneer we zondigen. Altijd is er een weg terug. Zolang we deze levenslijn vasthouden is er altijd hoop.
