Parsja Vajera 5772

(Bereesjiet/Genesis 18:1 – 22:24)
Vajera is vierde parsja in de Tora. De Tora heeft 54 parsjiot, het eerste boek Bereesjiet bevat totaal 12 parsjiot. Vajera telt 147 pesoekiem en is hiermee de 7e langste parsja.

WAJERA (en -G’d- verscheen). Er komen drie mannen op bezoek bij Araham en Sara – het blijken Engelen, boodschappers van G’d te zijn. Ze vertellen dat Sara binnen een jaar een zoon zal baren, waarover zij lacht. G’d vertelt Awraham dat Hij Sedom en Amorra zal vernietigen; Awraham houdt een pleidooi voor de steden.
Op de aangekondigde tijd wordt Jitschak geboren. Hij wordt gespeend. Sara ergert zich aan Jisjmaeel en verzoekt Awraham Hagar en Jisjmaeel de woestijn in te sturen. Als ultieme test draagt G’d Awraham op zijn zoon Jitschak te offeren.

G’d antwoordde hem: “De stem van het bloed van uw broer schreeuwt tot u vanuit de aarde” (4:10). Deze wereld verdraagt geen moord. Daarom was de straf: “De aarde zal haar kracht niet meer aan u geven. U zult zwerven over de aarde”. Kain zou geen vaste bron van inkomsten meer hebben en altijd tot G’d moeten davvenen (bidden) voor zijn dagelijks brood. Daarmee maakte G’d Kaïn duidelijk dat Hij de manier van godsdienst van Hewel (Abel) meer apprecieerde. Ook in deze fysieke wereld moeten zelfs eten en drinken tot een offer aan G’d worden verheven. Bij alles moet men lesjeem Sjamajiem, voor G’d, bezig zijn (gebaseerd op Parsjiot hasjawoe’a lefie Chazal, overgenomen met toestemming van de auteur).

VERDIEPING I: Verschillende verbonden.
Bij de briet mila van zijn zoon Jitschak maakte Avraham een grote se’oeda, maaltijd. Maar waarom maakte Avraham geen feest bij zijn eigen briet mila, besnijdenis? Omdat het feest voornamelijk is voor de vreugde van het voortzetten van het verbond met G’d bij het nageslacht. Daarom is de briet mila ook op die plaats. Wij zijn directe afstammelingen van Avraham.
Onze briet mila is dus een voortzetting van en directe identificatie met de briet mila door Avraham. Daarom zeggen wij in de beracha, de zegenspreuk bij de briet mila, dat wij `het kind binnenvoeren in het verbond van Avraham’. Maar iemand die Joods wordt, moet dit verbond opnieuw sluiten. Hij moet dit Abrahamitische verbond nu uit zichzelf binnengaan na een zelf gekozen wending in zijn leven. Daarom zegt de moheel, besnijder bij een briet mila van een geer tsedek (proseliet): “G’d heeft ons geboden de proslieten te besnijden en bloed van het verbond bij hen te laten vloeien”.
Een geer tsedek heet zoon van Avraham omdat hij dit nu wordt maar zijn briet mila is zijn eigen beslissing. Met de briet mila smeedt hij het verbond met G’d opnieuw. Bij iemand die Joods geboren is, is de briet mila een voortzetting.

VERDIEPING II:De offerande van Jitschak
De offerande lijkt een gebeurtenis zonder voorgeschiedenis maar dat is zeker niet het geval. Zowel in de Hemel als op aarde ging er veel aan vooraf. Veel vragen zijn nog niet beantwoord. Wat gebeurde daar Boven? Hoe heeft Avraham de offerande aan Sara verteld? Hield niets Avraham tegen? Hoe lukte het de oude Avraham (toen 137) zijn krachtige zoon (toen 37 jaar) te overmeesteren en te binden?

a. Wat gebeurde er in de Hemel? G’d riep Zijn Hemelse raadgevers bij elkaar. De Hemelse officier van justitie, Satan, was ook rond G’ds troon geschaard. G’d vroeg Satan waar hij vandaan kwam. Satan vertelde dat hij de aarde had doorkruist. “Hoe is het met Mijn dienaar Avraham?
Hij dient Mij helemaal onbaatzuchtig”. Satan ontkende dit. Hij vond Avraham niet beter dan de andere mensen. “Hij was opofferingsgezind toen hij nog geen kind had, maar zodra U hem een kind heeft gegeven, maakte hij een grote se’oeda (maaltijd). Voor alle gasten heeft hij veel dieren geslacht. Maar voor U heeft hij geen altaar gebouwd!?” G’d zei dat Avraham hem trouw zou zijn, ook al zou Hij eisen dat hij zijn zoon zou offeren. Satan daagde G’d uit: “Geef hem dan opdracht en kijk of hij het doet.”

b. Wat gebeurde er op aarde? Hieraan voorafgaand was er een discussie geweest tussen Jisjma’eel en Jitschak. Jisjma’eel schepte op dat hij zich de briet mila (besnijdenis) had laten welgevallen op zijn dertiende.
Ondanks de pijn had hij het niet tegengehouden. Jitschak zei toen tegen Jisjma’eel: “Ook al zou G’d mijn hele lichaam willen hebben, dan nog zou ik bereid zijn dat te geven”. Jitschak wilde daarmee benadrukken dat zijn opofferingsgezindheid groter was dan die van Jisjma’eel.

c. Wat was G’ds opdracht: offeren of opbrengen? Na deze twee discussies gaf G’d opdracht aan Avraham om zijn zoon Jitschak naar boven te brengen. G’d zei niet ‘offeren’ maar wellicht was bij Avraham toch de indruk gewekt dat hij zijn zoon Jitschak zou offeren. Maar G’d had dit nooit gezegd. G’d had alleen gezegd dat Avraham Jitschak ‘naar boven’ moest brengen ‘als iets dat opstijgt’.
Dit zou net zo goed kunnen duiden op geestelijke groei of spirituele verheffing. Avraham begreep echter dat hij Jitschak moest slachten. Hij was hier direct toe bereid. Hij maakte zich alleen zorgen over zijn vrouw Sara. Hoe zou zij omgaan met deze G’ddelijke opdracht? Ze was erg verknocht aan haar enige zoon.

d. Wat gebeurde er tussen Avraham en Sara? Hoe moest hij dit aan Sara vertellen? Avraham besloot om het niet direct aan zijn vrouw te vertellen. Toch wilde hij dat Sara in zou stemmen met het plan. Hij ging naar haar tent, ze praatten wat en na een tijdje kwam het gesprek op Jitschak: “Ik wil onze zoon nu in een jesjiva laten leren over de wegen van G’d. Hij is inmiddels 37.
Het lijkt mij een geschikt moment om hem naar de jesjiva van Sjeem en Ever te brengen. Laten wij morgen op reis gaan”. Sara stemde in. Ze wilde alleen niet dat hij lang weg zou blijven. Zij kon moeilijk van haar enige zoon afscheid nemen. Avraham vroeg Sara te davvenen dat Hasjeem, G’d Jitschak zou beschermen.

e. Werden ze niet gehinderd bij deze opdracht? Maar de Satan, de hinderaar zat niet stil. Hij deed zich voor als een oudere heer die veel vertrouwen uitstraalde. Hij sprak Avraham aan en deed net alsof hij Avraham voor een oude dwaas hield. “Hoe kan je je enige zoon eigenhandig gaan slachten? Je hebt totaal geen medelijden. Denk je nu echt dat G’d van jou verlangt om dit jonge leven te doden?
Dat kan niet waar zijn. Zoiets heeft G’d nog nooit gevraagd. G’d wil geen kinderoffers. Deze gedachte heb jij zelf altijd onder de mensen verkondigd. Waarschijnlijk maak je een vergissing, Avraham. Deze opdracht komt niet uit de Hemel!” Maar Avraham liet zich niet van zijn plan afbrengen. Hij sprak Satan met harde woorden toe. Die verdween toen direct.

f. Satan als een jongeman Toen vermomde Satan zich als een knappe jongeman. Hij benaderde Jitschak: “Jitschak, weet jij wel wat jou vader van plan is? Hij gaat je doden. Hij wil je verbranden als offer. Je hebt niets gezondigd of misdaan. Toch ga je sterven. Alle eigendommen van je vader vervallen aan Jisjma’eel. Verzet je tegen dit plan. Accepteer het niet!” Jitschak vroeg zijn vader of hij de stem ook gehoord had. Avraham zei dat hij niet moest luisteren naar de Satan die hen alleen van de goede weg wilde afhouden. De Satan was verslagen.

g. Wist Jitschak ervan en was hij bereid? Met brandhout en slachtmes bestegen Avraham en Jitschak de berg. Jitschak zei tegen Avraham: “Waar is het offerdier?” Avraham vertelde dat G’d Jitschak als offer wilde. Jitschak was meteen bereid. “Als G’d dat wenst, ben ik bereid”. Avraham wilde de werkelijke gedachten van zijn zoon weten en vroeg hem of hij werkelijk bereid was om zijn leven te offeren voor Hasjeem. Jitschak zei: “Met vreugde aanvaard ik deze opdracht. Ik dank G’d dat hij mij goed heeft gevonden als offer”. Jitschak liet het niet bij woorden.
Hij hielp Avraham bij het bouwen van het altaar. Toen de tijd was gekomen om Jitschak te binden, vroeg Jitschak zijn vader om hem stevig vast te binden, zodat hij niet zou kunnen tegenspartelen. Hij wilde ook niet dat Avraham aan Sara zou vertellen hoe hij aan zijn einde was gekomen wanneer zijn moeder op een gevaarlijke plaats zat, zodat zij naar beneden zou kunnen vallen uit wanhoop. Avraham hield het niet meer van emotie. Tranen stroomden over zijn wangen. Jitschak zei tegen zijn vader dat hij niet langer moest wachten. Jitschak strekte zijn hals uit. Avraham pakte het mes op en riep: “Alleen op Hasjeems hulp hoop ik”

h. Protesteerden de Hemelse wezens niet? Ook de Engelen in de Hemel konden zich niet inhouden. “De enige man op de wereld die werkelijk in u gelooft, slacht nu zijn enige zoon, O G’d! Hoe kan de belofte dat de kinderen van Avraham het land Israël zullen erven uitkomen?” Toen kwam een stem uit de Hemel: “Avraham, strek je hand niet uit naar deze jongen. Ik weet nu dat jij G’dvrezend bent en dat jij zelfs je liefste kind niet van Mij had weggehouden”.
Dankbaar keek Avraham om zich heen. Hij zag een ram, die met zijn hoorns verstrikt was geraakt in de struiken. Deze ram was vanaf de schepping reeds voorbestemd om in plaats van Jitschak als offer gebracht te worden. Satan had hem in een valstrik laten lopen en hem weggehouden, verstrikt in het struikgewas tot na het slachten van Jitschak. Avraham pakte het dier. Het werd in plaats van Jitschak op het altaar geofferd (gebaseerd op Parsjiot hasjawoe’a lefi Chazal, met toestemming van de auteur).

Reacties zijn gesloten.