Lezing Joodse begraafplaats Oisterwijk

Op donderdag 1 december geeft Kees Welmers een lezing met beeldmateriaal over de Israëlitische begraafplaats in Oisterwijk. In deBibliotheca Rosenthaliana van de universiteit van Amsterdam staat een bijzonder boekwerkje over Oisterwijk. Een memorboek, met de hand geschreven door de eerste rabbijn van Brabant, Jekoetiel ben Suesskind, rofé. Dankzij zijn aantekeningen weten we veel  over de geschiedenis van de joden in Oisterwijk.

De eerste joden, die zich in het tweede kwart van de achttiende eeuw in Oisterwijk vestigden, waren afkomstig uit de Duitse gebieden Bohemen en Moravië. Er ontstond al spoedig een kleine georganiseerde joodse gemeente.

De meeste joodse inwoners van Oisterwijk werkten als vleeshouwer of in de handel. Ook was de plaats een thuisbasis voor rondtrekkende marskramers en marktkooplieden.  Een groep van deze rondtrekkende joden kwam vanaf circa1740 in Oisterwijk bijeen voor de sjabbat-viering.

In 1757 vestigde Jekoetiel zich als de eerste rabbijn in Oisterwijk die al snel erkend werd als opperrabbijn in Staats-Brabant. In 1762 richtte hij daar een kleine synagoge in. Zijn gemeente telde toen 15 tot 20 gezinnen.De rabbijn was geboren in circa1701 inPinczow (Polen), als zoon van Isaak ben Jekoesiël Sueskind. Hij werd in 1757 door de Amsterdamse reis-chewre, een godsdienstig genootschap ten behoeve van reizende joodse kooplieden, naar Oisterwijk gezonden om er rabbijn te worden. In Oisterwijk nam hij de naam Jekoesiël Sueskind Rofeh aan.

Na zijn dood in 1780 nam ‘s-Hertogenbosch de rol over van Oisterwijk maar het stadsbestuur daar was erg terughoudend en weigerde lange tijd het bestaan van een joodse gemeenschap te erkennen.

De begraafplaats in Oisterwijk is een van de oudste van Brabant en dateert van 1748. De begraafplaats diende ook voor diegenen die in de nabije dorpen woonden, zoals Waalwijk, Hilvarenbeek en vanaf 1767 Tilburg.

De rabbijnwaarvan zijn handschrift is bewaard gebleven, ligt begraven op de Joodse begraafplaats in Oisterwijk. Vanaf 1748 hebben zo’n kleine tweehonderd joden daar hun laatste rustplaats gevonden.

Tot 1855 hadden de Joden in Tilburg geen eigen begraafplaats en daarom werd de Joodse begraafplaats van Oisterwijk gebruikt. Dat verklaart de grote hoeveelheid graven voor een betrekkelijk kleine Joodse Gemeente. In 1908 ging de Joodse gemeenschap van Oisterwijk op in die van Tilburg. De meeste Oisterwijkse Joden waren toen al naar deze stad verhuisd.

Aan de hand van een powerpoint presentatie met vele mooie dia’s neemt de lokale historicus Kees Welmers de aanwezigen mee over de Rijksmonumentale Israëlitische begraafplaats.

Plaats: De Voorhof, Kerkstraat 64, 5061 EK Oisterwijk (parkeergelegenheid op loopafstand bij het zwembad aan de Vloeiweg / hoek Baerdijk).
Aanvang lezing: 20.00 uur. Toegang gratis.

Reacties zijn gesloten.