SJABBAT-TIJDEN
Wajeetsee
02 dec | Begin: 16:05
03 dec | Einde: 17:28
Tora van de week
Parsja 25 Sjemini (Wajikra/Leviticus 9:1-11:47)
Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer. Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen. Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende … Lees verder
Parsja 07 Wajeetsee (Bereesjiet/Genesis 28:10 – 32:3) 10 december 2005 / 7 Kislew 5766
WAJEETSEE (en hij ging weg). Ja’akov gaat op weg naar Charan. Als het donker wordt, droomt hij over een ladder waar engelen op en af klimmen. G’d belooft hem een uitgestrekt land en een groot nakomelingschap, alsmede Zijn bescherming. In … Lees verder
Parsja 47 Masa’ee (Bamidbar/Numeri 33:1–36:13) 6 augustus ’05 / 1 menachem aw ’65
MASA’EE (tochten): Een lange rij van plaatsen wordt opgenoemd waar de Bné Jisraeel hun kampen opslaan in de 40-jarige woestijntocht. Als ze het Land binnentrekken moeten ze alle bewoners verdrijven en de afgodsbeelden vernietigen. Zo niet, dan zullen ze ‘tot … Lees verder
Parsja 32 Metsora (Wajikra/Leviticus 14:1 – 15:33) 16 april 2005 / 7 Niesan 5765
Metsora (melaatse), 32e parsja: Wajikra 14:1 – 15:33.Wie genezen wordt verklaard van tsara’at moet een offer brengen, al het lichaamshaar afscheren, baden, de kleding wassen en nog zeven dagen wachten alvorens terug te keren naar de legerplaats. Uitvoerig is beschreven … Lees verder
Parsja 12 Wajisjlach (Bereesjiet/Genesis 32:4 – 36:43) 27 november ’04 / 14 Kislew ’65
WAJISJLACH (en hij stuurde). Bereesjiet/Genesis 32:4 – 36:43. 8e sidra.Op weg naar huis stuurt Ja’akov gezanten om zijn broer Esau gunstig te stemmen. Het blijkt dat Esau onderweg is naar Ja’akov met 400 gewapende mannen. Hij zendt nu gezanten met … Lees verder
Ekev (Dewariem/Deuteronomium 7:12 – 11:25) 12 augustus 2006/18 Menachem-Aw 5766
EKEV (onderweg naar de beloning): Nogmaals brengt Mosjé de mensen onder ogen dat ze, als ze zich houden aan de geboden, gezegend zullen zijn, maar als ze hooghartig zijn, problemen zullen krijgen. Hij brengt hen de zonde van het gouden … Lees verder
Wajisjlach (Bereesjiet/Genesis 32:4 – 36:43) 9 december 2006 / 18 Kislew 5767 Rabbijn mr. drs. R. Evers
WAJISJLACH (en hij stuurde). Ja’akov zendt gezanten met geschenken voor Esau. In de nacht worstelt een man – een Engel, met Ja’akov. Aan het einde van de strijd vertelt de man dat zijn naam in het vervolg Jisraëel zal zijn … Lees verder
Parsja Tsav (Wajikra/Leviticus 6:1-8:36) 31 maart 2007 / 12 Niesan 5767
Aharon krijgt nadere instructies voor de offers: wat, waar en hoe van de offers gegeten mag worden. Het vuur op het altaar moest altijd blijven branden. Ook dankbaarheids- en vrijwillige offers komen aan de orde. Bloed en bepaalde vetdelen mogen … Lees verder
Parsja Wajeetsee
WAJEETSEE (en hij ging weg). Ja’akov gaat op weg naar Charan. Als het donker wordt, droomt hij over een ladder waar engelen op en af klimmen. G-d belooft hem een uitgestrekt land en een groot nakomelingschap, alsmede Zijn bescherming. In … Lees verder
Parsja Beha’alotecha
BEHA’ALOTECHA (bij het aansteken): Toen de tijd gekomen was voor het Pesachoffer bleken sommige mannen onrein. Zij krijgen verlof voor een inhaalmogelijkheid, het Pesach sjenie. De stammen trekken op of blijven op hun plaats als de wolk of de vuurzuil … Lees verder
Parsja Misjpatiem
MISJPATIEM (wetten). Het Joodse volk krijgt een aantal sociale voorschriften zoals behandeling van slaven en de verplichtingen van een man ten opzichte van zijn vrouw. Voorts de financiële verplichtingen die voortvloeien uit letselschade of onrechtmatige daad. Wat er moet gebeuren … Lees verder
Parsja Sjemini
Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer. Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen. Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende … Lees verder
Parsja Metsora
Metsora (melaatse), 32e parsja: Wajikra 14:1 – 15:33. Wie genezen wordt verklaard van tsara’at moet een offer brengen, al het lichaamshaar afscheren, baden, de kleding wassen en nog zeven dagen wachten alvorens terug te keren naar de legerplaats. Uitvoerig is … Lees verder
Parsja Ha-azinoe
Mosje roept hemel en aarde tot getuigen wat er gebeurde in vroeger dagen en schildert hoe het volk zal afwijken – in zeer poetische taal. Weer worden alle rampen genoemd die over het volk zal komen als ze niet de … Lees verder
Parsja Wajelech
WAJELECH (en hij ging): Mosjé vertelt het volk dat G’d hem niet de Jordaan laat overtrekken en dat hij de leiding overdraagt aan Jehosjoe’a. Dit is de laatste dag van Mosjé. HaSjeem zal de volkeren aan de overzijde van de … Lees verder
Parsja Wajakheel
WAJAKHEEL (de gemeenschap bijeenroepen). 26e parsja. Mosje vraagt om bijdragen in natura voor de bouw van de Woning. Vele vrouwen spinnen en weven de nodige kleden. De vorsten brengen de stenen voor het efod en het borstschild. Naast Betsalel uit … Lees verder
Parsja Ki Tavo
KI TAVO (als je komt): Als het Land vrucht draagt, moet je de eerstelingen naar het Heiligdom brengen en een verklaring afleggen dat je alles aan G’d te danken hebt, dat je de geboden hebt uitgevoerd en de opgedragen tienden … Lees verder
Parsja 26 Tazria-Metsora (Wajikra/Leviticus 12:1-15:33) 29 april 2006 / 1 IJar 5766
TAZRIA (conceptie en geboorte): Wajikra 12:1 – 13:59 en METSORA (voorschriften voor melaatsheid-tsara’at): Leviticus 14:1 – 15:33. Na de bevalling van een zoon of een dochter wordt de kraamvrouw onrein; ze moet een offer brengen. De beriet-mila (besnijdenis) moet op … Lees verder
Parsja 05 Chajee Sara (Bereesjiet/Genesis 23:1 – 25:19) 26 november 2005/ 24 chesjwan 5766
CHAJEE SARA (het leven van Sara). Sara sterft op de leeftijd van 127 jaar. Awraham rouwt over haar en wil haar begraven in de spelonk Machpela. Maar die is in het bezit van Efron, een Chitiet. Awrahams koopt deze. Daarna … Lees verder
Parsja 44 Balak (Bemidbar/Numeri 22:2–25:9) 16 juli 2005 / 9 Tammoez 5765
BALAK (persoonsnaam): Balak verzoekt Bileam om het Joodse volk te vervloeken. Bileam raadpleegt G’d die toestemt op voorwaarde dat hij alleen zegt wat G’d hem ingeeft. Bileam berijdt zijn ezelin, die een Engel ziet die de weg verspert. Bileam slaat … Lees verder
