Tora van de week

Parsja Matot

MATOT (staven): Numeri 30:2 – 32:42. Als iemand een eed of een gelofte aflegt dan moet die precies uitgevoerd worden, maar een vader of een echtgenoot kan eventueel de eed of de gelofte van dochter of echtgenote teniet doen. De … Lees verder

Parsja Behar Bechoekotai

BEHAR (op de berg): 25:1 – 26:2. G’d gebiedt een Sjabbatjaar (Sjemitta) voor het Land: het 7e jaar mag het land niet bezaaid worden. Wat vanzelf opkomt mag men eten. Na 7 x 7 jaar is het 50e jaar een … Lees verder

Parsja Re’ee

Re’ee (Zie): Als HaSjeem de Bné Jisraëel het Land binnenbrengt moet de zegen worden uitgesproken bij de berg Geriziem en de vloek bij de berg Ebal. Alle afgodstekenen in het Land moeten vernietigd worden. HaSjeem zal een plaats bestemmen voor … Lees verder

Parsja Behar

BEHAR (op de berg). Gedurende het 7e jaar mag het land niet bezaaid worden. In het Joweeljaar worden slaven vrijgelaten en krijgt iedereen zijn/haar oorspronkelijke grondbezit terug. Op andere tijdstippen kan familie een slaaf terugkopen. De prijs van grond wordt … Lees verder

Parsja Balak

BALAK (persoonsnaam): Balak, de koning van Moab vreest Am Jisraeël en zendt afgezanten naar de waarzegger Bileam met het verzoek met hen mee te gaan om het Joodse volk te vervloeken. Bileam raadpleegt G’d die eerst nee en dan ja … Lees verder

Parsja 22 Misjpatiem (Exodus/Sjemot 21:1- 24:18) 5 februari ’05 / 26 sjewat ’65

MISJPATIEM (wetten): Sjemot/Exodus 21:1 – 24:18. 22e parsja. Het Joodse volk krijgt een aantal sociale voorschriften zoals behandeling van slaven en de verplichtingen van een man ten opzichte van zijn vrouw. Voorts de financiële verplichtingen die voortvloeien uit letselschade of … Lees verder

Parsja 14 Wa’era (Sjemot / Exodus 6:2 – 9:35) 28 januari 2006 / 28 tewet 5766

WA’ERA (en Ik verscheen). G’d zegt tot Mosjé dat hij het klagen van het volk heeft gehoord en dat hij de Joden moet vertellen dat G’d ze uit Egypte zal voeren, maar ze luisteren niet. Dan beveelt G’d Mosjé naar … Lees verder

Parsja 56 Wajelech (Dewariem/Deuteronomium 29:9-31:30) 8 oktober 2005 / 5 Tisjri 5766

WAJELECH (en hij ging): Mosjé vertelt het volk dat G’d hem niet de Jordaan laat overtrekken en dat hij de leiding overdraagt aan Jehosjoe’a. Dit is de laatste dag van Mosjé. HaSjeem zal de volkeren aan de overzijde van de … Lees verder

Parsja 39 Naso (Bemidbar/Numeri 4:21 – 7:89) 11 juni 2005 / 4 Siewan 5765

NASO (neem op): Hier volgen verdere opdrachten inzake het transport van de Tabernakel. Daarna wordt opgedragen iedereen die ritueel onrein is, weg te zenden. Dan volgt een richtlijn voor wie zaken ontvreemd heeft. Als een man zijn vrouw van ontrouw … Lees verder

Parsja 03 Lech lecha (Bereesjiet / Genesis 12:1 – 17:27) 12 november 2005 / 10 Chesjwan 5766

LECH LECHA (ga (voor jezelf)). G’d beveelt Awram zijn geboortegrond te verlaten om naar een onbekend land te trekken. Hij neemt vrouw, familieleden en personeel mee. G’d belooft hem tot een groot volk te maken. Wegens een hongersnood daalt hij … Lees verder

Parsja 07 Lech Lecha (ga (voor jezelf)) Bereesjiet/Genesis 12:1 – 17:27 23 oktober ’04 / 8 Chesjwan ’65

G’d beveelt Awram zijn geboortegrond te verlaten om naar een onbekend land te trekken. Hij neemt vrouw, familieleden en personeel mee. G’d belooft hem tot een groot volk te maken. Wegens een hongersnood daalt hij af naar Egypte, waar hij … Lees verder

Parsja 33 Beha’alotecha (Bemidbar/ Numeri 8:1 – 12:16) 17 juni 2006 / 21 Siewan 5766

BEHA’ALOTECHA (bij het aansteken): Toen de tijd gekomen was voor ’t Pesachoffer bleken sommige mannen onrein. Zij krijgen verlof voor een inhaalmogelijkheid, het Pesach sjenie. De stammen trekken op of blijven op hun plaats als de wolk of de vuurzuil … Lees verder

Simchat Tora 15 oktober 2006 – 23 tisjrie 5767

Waarom is er zo een Vreugde rond de Wet? Aan het einde van de jaarlijkse voorleescyclus wordt de laatste Parsja van de Tora op Simchat Tora gelezen. In de parsja Wezot haBeracha (Dewariem 33 en 34), de laatste van de … Lees verder

Parsja Besjallach (Sjemot /Exodus 13:17 – 17:16) 3 februari 2007/ 15 sjewat 5767

Koheen, 13:17-14:8. G’d leidt het volk via een omweg uit Egypte. Mosje neemt de beenderen van Joseef mee.Levie, 14:9-14. Het Joodse volk is doodsbang voor het naderende Egyptische leger. ► De bevrijding was psychisch en lichamelijk. Daarom drinken wij Seideravond … Lees verder

Parsja Chol Hamo’eed Pesach

Verder in de sipoer – de vertelling van de ExodusAvadiem hajinoe – slaven waren wij voor FaraoGedurende de Egyptische ballingschap waren wij slaven voor Farao. Een slaaf heeft geen eigen, echt zelfstandig doel in het leven. Zijn enige doel is … Lees verder

Parsja Tetsave

TETSAVE (beveel): Mosjee krijgt de opdracht ervoor te zorgen dat de Menora brandend gehouden wordt en Aharon en zijn zonen aan te stellen als priesters (kohaniem). Ook moeten er kleren voor hen geweven worden, die gedetailleerd beschreven worden: o.a. een … Lees verder

Parsja Naso

“En het geschiedde op de dag, waarop Mosjé het oprichten van de Tabernakel beëindigd had en hij haar gezalfd en geheiligd had, haar en al haar voorwerpen, en van het altaar en al zijn voorwerpen en deze gezalfd en geheiligd … Lees verder

Parsja Emor

Kohaniem mogen geen contact met doden hebben, niet met een gescheiden vrouw huwen en niet onrein of met bepaalde gebreken dienst in de Tempel doen. Alleen kohaniem mogen van geheiligd voedsel eten. Een dier dat geofferd wordt mag geen gebrek … Lees verder

Parsja Eekev

EKEV (onderweg naar de beloning): Nogmaals brengt Mosjé de mensen onder ogen dat ze, als ze zich houden aan de geboden, gezegend zullen zijn, maar als ze hooghartig zijn, problemen zullen krijgen. Hij brengt hen de zonde van het gouden … Lees verder

Parsja Emor

Kohaniem mogen geen contact met doden hebben, niet met een gescheiden vrouw huwen en niet onrein of met bepaalde gebreken dienst in de Tempel doen. Alleen kohaniem mogen van geheiligd voedsel eten. Een dier dat geofferd wordt mag geen gebrek … Lees verder